Per-elementbenadering regeling fiscale eenheid

Volgens het Hof van Justitie EU is de renteaftrekbeperking in de vennootschapsbelasting in strijd met het Europese recht wanneer het gaat om een geldlening van een verbonden vennootschap voor een kapitaalstorting in een dochtervennootschap in een andere lidstaat. Zou de dochtervennootschap in dezelfde lidstaat zijn gevestigd, dan is aftrek van rente mogelijk door een fiscale eenheid te vormen. In eerdere arresten heeft de Hoge Raad geoordeeld dat niet per onderdeel (element) van de fiscale-eenheidsregeling moet worden beoordeeld of zich een ongelijke behandeling voordoet. Uit het arrest van het Hof van Justitie EU blijkt dat deze ‘per elementbenadering’ wel moet worden toegepast. De Hoge Raad heeft het eindarrest gewezen in de zaak X bv, na beantwoording van de door de Hoge Raad aan het Hof van Justitie EU gestelde vraag over de toepassing van de renteaftrekbeperking.

De Hoge Raad merkt op dat in de ‘per-elementbenadering’ de vergelijking niet kan of moet worden doorgevoerd tot elementen van de hypothetische situatie waarin de niet-ingezeten dochtervennootschap is opgenomen in een fiscale eenheid met de ingezeten moedervennootschap. Dit betekent dat de wijze waarop in een zodanige hypothetische situatie voorkoming van dubbele belasting ter zake van de winst van de niet-ingezeten dochtervennootschap zou worden verleend, bij de ‘per-elementbenadering’ in het kader van de vergelijking niet ter zake doet.

De Hoge Raad heeft de renteaftrekbeperking buiten toepassing gelaten in de situatie van X bv. Er bestaat een verschil in behandeling tussen de situatie van deze bv en de daarmee objectief vergelijkbare situatie van een in Nederland gevestigde moedervennootschap, die een kapitaalstorting in een in Nederland gevestigde dochtervennootschap financiert met een bij een verbonden vennootschap aangegane lening. Voor dat verschil bestaat geen rechtvaardiging in de vorm van een dwingende reden van algemeen belang.

Deel deze pagina:

Terug naar overzicht