Koepelvrijstelling btw

De koepelvrijstelling in de omzetbelasting houdt in dat een samenwerkingsverband bepaalde diensten aan haar leden vrijgesteld kan verrichten. De koepelvrijstelling is gebaseerd op de Europese btw-richtlijn. Voor de toepassing van de koepelvrijstelling gelden de volgende voorwaarden:

  1. er is een samenwerkingsverband dat als ondernemer diensten verricht aan leden;
  2. de leden verrichten vrijgestelde prestaties of zijn geen ondernemer voor de btw;
  3. de diensten van het samenwerkingsverband zijn direct nodig voor de vrijgestelde prestaties of de handelingen als niet-ondernemer van de leden;
  4. het samenwerkingsverband berekent alleen de kostprijs door aan de leden naar rato van hun aandeel in de diensten; en
  5. de koepelvrijstelling leidt niet tot concurrentieverstoring.

Door verruiming van de koepelvrijstelling per 15 februari 2016 kon deze ook worden toegepast op de diensten van een samenwerkingsverband die door de leden voor ten minste 70% werden gebruikt voor niet-ondernemersactiviteiten of voor vrijgestelde activiteiten.

Uit een arrest van het Hof van Justitie EU volgt dat deze ruime toepassing in strijd is met de btw-richtlijn. Het Hof van Justitie EU heeft de koepelvrijstelling verder beperkt, waardoor deze alleen betrekking heeft op samenwerkingsverbanden waarvan de leden vrijgestelde activiteiten van algemeen belang verrichten. Het betreft onder meer medische zorg, maatschappelijk werk, sociale zekerheid, maar ook het geven van onderwijs en bepaalde culturele diensten. Als reactie op arresten van het Hof van Justitie EU kondigde het vorige kabinet aan de koepelvrijstelling in de btw te zullen inperken per 1 januari 2019. Deze inperking gaat niet door. Nederland pleit samen met andere Europese lidstaten voor reparatie van de koepelvrijstelling via Europese regelgeving.

Deel deze pagina:

Terug naar overzicht