Klachten over adviseur vormden nieuw feit

De Belastingdienst kan aanvankelijk te weinig geheven belasting corrigeren door het opleggen van een navorderingsaanslag. Om een navorderingsaanslag op te mogen leggen moet sprake zijn van een nieuw feit. Dat is een feit dat ten tijde van het opleggen van de oorspronkelijke aanslag bij de Belastingdienst niet bekend was of niet redelijkerwijs bekend had kunnen zijn. Een nieuw feit is niet vereist wanneer de belastingplichtige te kwader trouw is.

Nadat de Belastingdienst onderzoek had gedaan naar het aangiftegedrag van een belastingconsulent, stelde zij aan diens klanten vragen over in hun aangiften opgenomen aftrekposten. Uit het onderzoek bleek dat in 71% van de door de belastingconsulent verzorgde en inhoudelijk gecontroleerde aangiften ten onrechte aftrekposten waren opgenomen. Aan een klant van de belastingconsulent die niet reageerde op de vragenbrief werden navorderingsaanslagen inkomstenbelasting opgelegd. De in de aangiften opgenomen aftrekposten voor specifieke zorgkosten werden in de navorderingsaanslagen gecorrigeerd.

In de procedure over de navorderingsaanslagen oordeelde de rechtbank dat sprake was van een nieuw feit. Uitgangspunt is immers dat de Belastingdienst bij het vaststellen van een aanslag IB mag veronderstellen dat de in de aangifte vermelde gegevens juist zijn. Alleen wanneer er na kennis te hebben genomen van de inhoud van de aangifte in redelijkheid aan de juistheid daarvan getwijfeld moet worden, dient een nader onderzoek te worden ingesteld. Naar het oordeel van de rechtbank vormde de inhoud van de aangiften van de belastingplichtige op zichzelf geen aanleiding voor nader onderzoek.

Deel deze pagina:

Terug naar overzicht