Herzienings-btw na vervallen optie belaste levering

De Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (AWR) bepaalt onder meer wanneer de Belastingdienst navorderings- en naheffingsaanslagen kan opleggen. Een naheffingsaanslag kan worden opgelegd wanneer belasting, die op aangifte moet worden voldaan of afgedragen, geheel of gedeeltelijk niet is betaald. Volgens de Hoge Raad is daarvoor voldoende dat wordt vastgesteld dat deze belasting geheel of gedeeltelijk niet is betaald. Voor de mogelijkheid van naheffing is niet van belang dat de belastingplichtige op het tijdstip, waarop de belasting uiterlijk had moeten worden voldaan, niet op de hoogte was of kon zijn van het verschuldigd zijn van de belasting.

De rechtbank is van oordeel dat er een wettelijke grondslag is om herzienings-btw na te kunnen heffen. De procedure betrof een aanvankelijk belaste levering van een onroerende zaak. Er was geopteerd voor een belaste levering omdat de koper het pand had bestemd voor met omzetbelasting belaste verhuur. Vervolgens verkocht de koper het pand vrijgesteld van omzetbelasting. Door deze levering was niet voldaan aan de voorwaarden voor de optie voor belaste levering. Dat had tot gevolg dat de eerste levering met terugwerkende kracht een vrijgestelde levering was geworden. De door de verkoper als voordruk in aftrek gebrachte omzetbelasting moest als gevolg van deze vrijgestelde levering worden herzien. De herzienings-btw is verschuldigd geworden in het tijdvak van de eerste levering. Omdat de herzienings-btw niet was betaald kon deze worden nageheven op grond van de AWR. Volgens de rechtbank wordt dit niet anders door de omstandigheid dat de aangifte op het moment van indiening juist was.

Deel deze pagina:

Terug naar overzicht