Geen afwaardering vordering na verkoop aandelen

Nadat onenigheid was ontstaan tussen de aandeelhouders van een bv verkocht een van de aandeelhouders, een holding met een belang van 33,33%, zijn aandelen. Deze holding had een vordering op de bv voor verrichte managementdiensten. In de aangifte vennootschapsbelasting
over het jaar van de verkoop van het aandelenbelang waardeerde de holding de vordering op de bv af. Van de toegepaste afwaardering van € 645.000 accepteerde de inspecteur een gedeelte van € 306.000. Het restant kwam niet ten laste van de winst van de holding.

Ook de rechtbank stond volledige afwaardering niet toe. Gezien de verkoopprijs van € 1,1 miljoen voor de aandelen veronderstelde de rechtbank dat de vordering volwaardig moet zijn geweest. De door de inspecteur geaccepteerde afwaardering betrof de resterende
vordering, die bij de verkoop van de aandelen was omgezet in een renteloze schuld. Deze zou pas opeisbaar worden wanneer de bv uit haar belang in een andere bv meer dan € 5 miljoen heeft ontvangen. Volgens de rechtbank heeft de holding een deel van de vordering
op de bv prijsgegeven uit aandeelhoudersmotieven. Het gevolg daarvan is dat de afwaardering niet ten laste van de belastbare winst kan worden gebracht.

Deel deze pagina:

Terug naar overzicht