Gebruikelijk loonregeling binnen concern

Een werknemer met een aanmerkelijk belang in de vennootschap waarvoor hij werkt, moet voor zijn werkzaamheden ten minste een gebruikelijk loon ontvangen. In concernverhoudingen geldt de gebruikelijk loonregeling volgens een arrest van de Hoge Raad per dienstbetrekking. Dat betekent dat voor iedere vennootschap van het concern waarvoor de werknemer werkzaamheden verricht, moet worden beoordeeld wat een zakelijk salaris is gelet op de omvang van de werkzaamheden.

Volgens de Belastingdienst werkte een dga in totaal voor twaalf BV’s. De Belastingdienst had voor de jaren 2006 en 2007 correcties op het aangeven inkomen van de dga aangebracht. In de procedure over de aanslagen over beide jaren voerde de Belastingdienst geen gegevens van de BV’s aan. De dga toonde aan dat enkele BV’s pas later waren opgericht, waardoor ten onrechte een correctie van het inkomen had plaatsgevonden. Ook hadden enkele BV’s in de jaren 2006 en 2007 geen activiteiten verricht en was er geen personeel in dienst.

Uiteindelijk stelde de rechtbank vast dat de dga in 2006 voor zes BV’s en in 2007 voor acht BV’s had gewerkt. Naast het reeds aangegeven inkomen uit dienstbetrekking moest voor het jaar 2006 een bedrag van € 195.000 worden bijgeteld. Voor 2007 bedroeg de totale correctie € 185.250 omdat voor enkele BV’s slechts een deel van het jaar sprake was van een aanmerkelijk belang. Gezien het verschil tussen het aangegeven inkomen in beide jaren en het gecorrigeerde inkomen had de dga zowel absoluut als relatief een aanzienlijk bedrag niet aangegeven. Dat betekende dat de vereiste aangifte in beide jaren niet was gedaan. De rechtbank paste daarom de sanctie van omkering en verzwaring van de bewijslast toe. Dat hield in dat de dga overtuigend moest bewijzen dat en in hoeverre de aanslagen onjuist waren. Daarin slaagde de dga naar het oordeel van de rechtbank niet.