Bescheiden webshop geen onrechtmatige concurrentie werkgever

Een werkgever verzocht de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomsten met een echtpaar. Beide werknemers waren eerder op staande voet ontslagen met als reden dat zij de werkgever onrechtmatig beconcurreerden. Dat zou gebeuren door de exploitatie van een webshop van de vrouw, die werkzaam was op hetzelfde gebied als de werkgever. De werknemer spanden een kort geding aan wegens het ontslag op staande voet. Bij vonnis in kort geding werd de werkgever veroordeeld om de vrouw weer toe te laten tot haar eigen werk. De gevorderde wedertewerkstelling van de man werd niet toegewezen vanwege zijn voortdurende arbeidsongeschiktheid. Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomsten was gebaseerd op het ontbreken van enig vertrouwen in beide werknemers. Dat vertrouwen was verdwenen door de concurrentie die de werknemers hun werkgever aandeden. De vrouw was de webshop begonnen voor zij bij de werkgever in dienst was getreden omdat zij destijds geen werk kon krijgen. Toen zij in dienst trad bij de werkgever was deze op de hoogte van het bestaan van de webshop. De omvang van de werkzaamheden was gezien de bescheiden omzet zeer beperkt. Gezien de bescheiden omvang was geen sprake van onrechtmatige concurrentie. De man had slechts hand- en spandiensten voor de webshop verricht, omdat zijn echtgenote de Nederlandse taal niet voldoende machtig was. Meer dan een waarschuwing had de werkgever volgens de kantonrechter niet mogen geven. In ieder geval had de werkgever niet mogen besluiten tot ontslag. De kantonrechter wees het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomsten af.

Deel deze pagina:

Terug naar overzicht