Aftrek kosten aanleg traplift

De persoonsgebonden aftrek omvat voor de inkomstenbelasting aftrekbare kosten. Onderdeel van de persoonsgebonden aftrek vormen de uitgaven voor specifieke zorgkosten. Daartoe behoren uitgaven die wegens ziekte of invaliditeit zijn gedaan voor bepaalde hulpmiddelen, die hoofdzakelijk door zieke of invalide personen worden gebruikt. Als een dergelijk hulpmiddel door de gemeente wordt vergoed op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO), is de eigen bijdrage van de belastingplichtige niet aftrekbaar.

De Hoge Raad heeft onlangs geoordeeld over de aftrekbaarheid van de kosten van de aanleg van een traplift in een woning. De belanghebbende in deze procedure had niet gevraagd om een tegemoetkoming in de kosten omdat vanwege de hoogte van zijn inkomen de eigen bijdrage volgens de WMO even hoog zou zijn als de kosten van de traplift. De inspecteur accepteerde de aftrek van de kosten van de traplift niet. Hof Arnhem-Leeuwarden was van oordeel dat de kosten van de traplift niet konden worden aangemerkt als een bijdrage in het kader van de WMO. De inspecteur meende dat de belanghebbende geen recht had op aftrek omdat de eigen bijdrage gelijk was aan de vergoeding op grond van de WMO. Een eigen bijdrage komt niet voor aftrek in aanmerking.

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de wettekst de aftrek van de kosten van de traplift niet uitsluit. Uit de parlementaire geschiedenis kan worden afgeleid dat de aftrekbeperking is bedoeld om geen rekening te houden met de draagkracht van degene aan wie een voorziening op grond van de WMO is verstrekt. Met die draagkracht wordt al rekening gehouden bij de vaststelling van de hoogte van de eigen bijdrage voor de WMO. Volgens de Hoge Raad biedt de parlementaire geschiedenis geen aanknopingspunten om de aftrekbeperking ruimer uit te leggen dan uit de tekst voortvloeit.

Deel deze pagina: