Doorschuiffaciliteit en bedrijfsopvolgingsregeling niet van toepassing bij verhuurde onderneming

De vervreemding van aandelen die een aanmerkelijk belang vormen in een vennootschap leidt tot belastingheffing in box 2. Op verzoek wordt de overgang van aandelen krachtens erfrecht niet als een vervreemding aangemerkt als de vennootschap een materiële onderneming drijft. Dat betekent dat er een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid moet zijn, die is gericht op het deelnemen aan het maatschappelijke productieproces met het oogmerk om winst te behalen. De inkomstenbelastingclaim op de meerwaarde van de aandelen wordt dan doorgeschoven van de erflater naar de erfgenamen. Voor de erfbelasting geldt een voorwaardelijke vrijstelling voor de verkrijging van ondernemingsvermogen in de vorm van de bedrijfsopvolgingsregeling. De bedrijfsopvolgingsregeling geldt ook voor de verkrijging van aanmerkelijkbelangaandelen in een vennootschap die een materiële onderneming drijft.

In een procedure over de toepassing van de doorschuifregeling en de bedrijfsopvolgingsregeling was de vraag aan de orde of de bv op de overlijdensdatum van de erflater een materiële onderneming dreef. Het betrof een tankstation, dat aanvankelijk door de bv werd geëxploiteerd en later werd verhuurd. Volgens de belanghebbenden was daarmee sprake van voortgezet ondernemerschap. De belanghebbenden verwezen naar een arrest van de Hoge Raad uit 1955. In dat arrest oordeelde de Hoge Raad, dat een ondernemer die zijn onderneming gaat verhuren aan een derde, de onderneming niet staakt maar in een andere vorm voortzet. De belanghebbenden stelden zich op het standpunt dat bij voortgezet ondernemerschap sprake is van een materiële onderneming. Hof Arnhem-Leeuwarden heeft dit betoog afgewezen. Volgens het hof gaat het bij voortgezet ondernemerschap om de subjectieve onderneming en niet om de objectieve, materiële onderneming.

Deel deze pagina: