Vaststelling hoogte AOW-uitkering

Ingezetenen zijn verzekerd voor en hebben recht op AOW-uitkering. Een ingezetene is iemand die in Nederland woont. Waar iemand woont wordt naar omstandigheden beoordeeld. Om te bepalen waar iemand woont moet worden gelet op alle in aanmerking komende omstandigheden. Doorslaggevend is of deze omstandigheden van dien aard zijn dat er een duurzame persoonlijke band bestaat tussen de betrokkene en Nederland. Die duurzame band hoeft niet sterker te zijn dan de band met een ander land. Dat betekent dat het niet noodzakelijk is dat het middelpunt van iemands maatschappelijk leven zich in Nederland bevindt om te concluderen dat hij in Nederland woont. Het belang van de woonplaatsbepaling is dat voor ieder jaar dat iemand niet verzekerd is geweest, de uitkering met 2% wordt gekort.

De Sociale Verzekeringsbank (SVB) had iemand niet de maximale AOW-uitkering toegekend omdat hij gedurende enkele jaren niet in Nederland zou hebben gewoond. De SVB baseerde dat op gegevens van de bevolkingsadministratie. De belanghebbende stelde zich op het standpunt dat hij in de betreffende periode in Nederland heeft gewoond. Dat onderbouwde hij met een opgave van het woonbedrijf en een huurovereenkomst. Op de huurovereenkomst stonden de belanghebbende en zijn echtgenote vermeld. Het standpunt van de belanghebbende werd ondersteund door een getuigenverklaring op de zitting. Bij gebreke van informatie die de gegevens van de bevolkingsadministratie ondersteunt, ging de Centrale Raad van Beroep uit van een woonplaats in Nederland. Voor dat oordeel was mede van belang dat destijds ook anderen dan de belanghebbende zelf iemand konden uitschrijven uit het bevolkingsregister.

Deel deze pagina: