Toerekening winstuitdeling BV aan fiscale partners

Er is sprake van een winstuitdeling door een BV als door een vermogensverschuiving van de BV naar de aandeelhouder het vermogen van de BV achteruitgaat ten gunste van de aandeelhouder. De BV moet de bedoeling hebben gehad om de aandeelhouder te bevoordelen en de aandeelhouder moet zich daarvan bewust zijn geweest. Voor het constateren van een winstuitdeling is niet van belang dat de aandeelhouder de vermogensverschuiving aan een met hem gelieerde persoon ten goede laat komen.

Een BV kocht in 2010 een dure motorboot. De boot werd op naam van de echtgenoot van de dga van de BV geregistreerd. De echtgenoot betaalde geen vergoeding aan de BV. De rechtbank Gelderland constateerde een vermogensverschuiving van de BV naar de dga. Volgens de rechtbank heeft de BV de dga willen bevoordelen en was de dga zich daarvan bewust. De dga heeft het voordeel aan haar echtgenoot laten toekomen. Dat de boot ook zakelijk werd gebruikt, maakte volgens de rechtbank niet dat geen sprake was van een uitdeling. Ook de verkoop van de boot in 2011, waarbij de opbrengst ten goede van de BV zou zijn gekomen, ontnam aan de transactie van 2010 niet het karakter van uitdeling van winst.

De rechtbank moest vervolgens de vraag beantwoorden of de winstuitdeling aan iedere echtgenoot voor de helft kon worden toegerekend. Een gemeenschappelijk inkomensbestanddeel wordt geacht bij de belastingplichtige en zijn partner voor de helft op te komen. Die verdeling kan door de belastingplichtige en zijn partner gezamenlijk worden gewijzigd tot het moment waarop de aanslagen onherroepelijk vaststaan. In dit geval maakten de echtgenoten geen afwijkende keuze. Pas nadat de inspecteur uitspraak op de bezwaarschriften tegen de aanslagen had gedaan, kwam er een brief van de echtgenoten waarin toedeling aan de man werd verzocht. Op dat moment verkeerde de man in staat van faillissement. Volgens de rechtbank was de man niet bevoegd om de keuze voor toerekening aan hem te maken. De curator in het faillissement verklaarde dat hij niet akkoord ging met volledige toerekening van gemeenschappelijke inkomensbestanddelen aan de man. De rechtbank was van oordeel dat de inspecteur de winstuitdeling terecht aan ieder van de echtgenoten voor de helft had toegerekend.

Deel deze pagina:
Geschreven door