Naheffing MRB bestelauto vernietigd

De Wet op de motorrijtuigenbelasting (MRB) bevat een aantal voorwaarden waaraan een voertuig moet voldoen om als bestelauto te worden aangemerkt. De voorwaarden hebben betrekking op de afmetingen van de laadruimte, de aanwezigheid van een vlakke laadvloer in de laadruimte en van een scheidingswand tussen laadruimte en cabine. De laadruimte mag maximaal één aan de rechterzijde aangebrachte zijruit bevatten. De Wet belastingen van personenauto’s en motorrijtuigen (BPM) bevat dezelfde voorwaarden voor een bestelauto. De staatssecretaris van Financiën heeft in een besluit herstelbeleid voor de BPM bekend gemaakt. Dit beleid is bedoeld voor situaties waarin een bestelauto niet langer aan de voorwaarden voldoet maar herstel eenvoudig kan worden gerealiseerd. De kentekenhouder krijgt op grond van dat beleid eenmalig de gelegenheid om de vastgestelde gebreken te herstellen. Een van die voorwaarden is dat het vereiste tussenschot aanwezig is.

Voor een bestelauto van een ondernemer hoeft geen BPM betaald te worden en geldt een lager tarief voor de MRB. Na een controle legde de Belastingdienst aan een ondernemer een naheffingsaanslag MRB op omdat zijn auto door het ontbreken van een tussenschot niet aan de inrichtingseisen voor een bestelauto voldeed. De naheffingsaanslag was gebaseerd op het hogere tarief voor een personenauto. De ondernemer bestreed de naheffingsaanslag. Hij voerde aan dat het tussenschot door schuivende lading was beschadigd en moest worden vervangen. Vervanging heeft twee maanden geduurd. De rechtbank honoreerde het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel. Voor de BPM was de auto als bestelauto aangemerkt. Voor de BPM en de MRB gelden dezelfde voorwaarden voor een bestelauto. Een bestelauto voor de BPM is daarom ook een bestelauto voor de MRB. Door het ontbreken van een tussenschot was niet voldaan aan de voorwaarden voor een bestelauto en ook niet aan de voorwaarden voor toepassing van het herstelbeleid. Toch werd naar aanleiding van de controle geen BPM nageheven ondanks dat de auto minder dan vijf jaar was ingeschreven in het kentekenregister. De rechtbank stelde vast dat de auto kennelijk nog voldeed aan de voorwaarden om als een bestelauto te worden aangemerkt. Op grond van de rechtszekerheid was naheffing van MRB daarom niet toegestaan.

Deel deze pagina: