Vrijval pensioenverplichting door verschillende waarderingsvoorschriften

De waardering van pensioenverplichtingen is gebonden aan een aantal wettelijke voorschriften. De Hoge Raad heeft een arrest gewezen over de gevolgen van de waarderingsvoorschriften voor een pensioen-BV die gevestigd was op Curaçao en waarvan de feitelijke leiding per 1 januari 2009 is verplaatst naar Nederland.

De Belastingdienst legde een aanslag vennootschapsbelasting op over het boekjaar 2008/2009 in verband met een belaste vrijval van de pensioenverplichting van € 375.817. Die vrijval bestond uit het verschil tussen de waarde in het economisch verkeer van de pensioenverplichting op 1 januari 2009 en de lagere fiscale waardering van de pensioenverplichting per ultimo boekjaar. De A-G merkt in zijn conclusie op dat dit verschil terecht is belast, ook al meent hij dat de uitkomst onredelijk is.

De pensioen-BV is in 1994 opgericht naar Nederlands recht. Vervolgens nam zij een pensioenvoorziening over en werd de feitelijke leiding voor 1 januari 1995 verplaatst naar Curaçao. De BV werd door haar immigratie op 1 januari 2009 onbeperkt binnenlands belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting en moest een openingsbalans opstellen. De immigratie leidde tot een kort boekjaar dat liep van 1 januari tot 1 maart 2009. Bij de berekening van de waarde in het economisch verkeer van de pensioenverplichting per 1 januari 2009 hanteerde de inspecteur een leeftijdsterugstelling van vijf jaar en een rekenrente van 3,9%. De BV had op haar openingsbalans een veel lagere waarde voor de pensioenverplichting opgenomen. Bij de waardering per 28 februari 2009 hanteerde de inspecteur de fiscale waarderingsvoorschriften. Dat betekende een rekenrente van 4% en geen leeftijdsterugstelling.

Volgens Hof Arnhem-Leeuwarden kon het niet de bedoeling van de wetgever zijn dat aan het einde van het eerste boekjaar een belaste vrijval van een pensioenvoorziening zou plaatsvinden. Het hof meende dat in dergelijke gevallen de passiefpost bevroren zou moeten worden, omdat de wetgever dat in een aantal vergelijkbare gevallen op die manier geregeld heeft. De staatssecretaris van Financiën betoogde in zijn beroep in cassatie dat het hof ten onrechte is afgeweken van de duidelijke wettelijke waarderingsregels. De Hoge Raad heeft de uitspraak van het hof vernietigd. Gezien de tekst en de ontstaansgeschiedenis van de betreffende wetsartikelen moeten de daarin opgenomen waarderingsregels ook worden toegepast wanneer zij tot gevolg hebben dat een pensioenvoorziening gedeeltelijk ten gunste van de winst vrijvalt. Belastingheffing over de vrijvalwinst is niet in strijd met het recht van de Europese Unie.

Deel deze pagina: