Tijdelijke mogelijkheid om te hoge lijfrenterentepremie onbelast terugbetaald te krijgen

De staatssecretaris van Financiën heeft een besluit over lijfrenten en periodieke uitkeringen uit 2012 gewijzigd. De wijziging betreft de invoering van een tijdelijke mogelijkheid om zonder heffing van inkomstenbelasting te hoge inleg op een lijfrentespaarrekening of lijfrentebeleggingsrecht of te veel betaalde premie op een lijfrenteverzekering teruggestort te krijgen. Onder een te hoge inleg wordt verstaan het deel van het betaalde bedrag dat hoger is dan de aftrekruimte in het betreffende jaar.

Met ingang van 2010 wordt door de invoering van een beperkte saldomethode tot maximaal € 2.269 per jaar rekening gehouden met niet afgetrokken lijfrentepremie of inleg. Niet alle financiële instellingen maken de rekeninghouder er bij het overmaken naar een lijfrentespaarrekening of -beleggingsrecht op attent dat er fiscale beperkingen gelden voor deze rekening. De mogelijkheid bestaat dat iemand onvoldoende jaarruimte en/of reserveringsruimte heeft, waardoor het overgemaakte bedrag niet geheel aftrekbaar is. De uitkeringen zijn wel belast.

Als de betrokkene niet binnen drie maanden aan de instelling meldt dat hij een te hoog bedrag heeft overgemaakt, kan het te veel betaalde niet zonder fiscale gevolgen worden teruggestort. Terugstorting leidt dan tot deblokkering van de lijfrentespaarrekening of het lijfrentebeleggingsrecht. De terugstorting wordt bij de belastingplichtige als negatieve uitgave voor inkomensvoorzieningen in aanmerking genomen. Daarnaast moet de belastingplichtige revisierente betalen.

De staatssecretaris heeft goedgekeurd dat de financiële instelling een te hoge inleg zonder fiscale gevolgen kan terugstorten. Wel moet ook het bedrag van de beperkte saldomethode van € 2.269 worden teruggestort. Deze regeling geldt ook bij herstel van een te hoge premiestorting op een lijfrenteverzekering. De regeling geldt voor betalingen die zijn gedaan tot en met 31 december 2016 en is beperkt tot betalingen die zijn gedaan in het jaar van het verzoek en de vijf daaraan voorafgaande jaren. Voor toepassing van deze goedkeurende regeling moet uiterlijk op 31 december 2017 een verzoek om toestemming worden gedaan aan de inspecteur. Voor zover de mogelijkheid bestaat om bedragen in aftrek te brengen moet die mogelijkheid worden benut. Het terug te storten bedrag wordt alsnog opgenomen in de rendementsgrondslag van box 3 van de betreffende jaren. Door het indienen van een verzoek om terugstorting stemt de belastingplichtige in met eventuele navordering.

Deel deze pagina: