Verkoop woning en gedeeltelijke kwijtschelding koopsom

Een vader verkocht een verhuurde woning aan zijn zoon. De koopsom bedroeg € 225.000. De zoon betaalde ter zake van de levering € 4.500 overdrachtsbelasting. De WOZ-waarde in het jaar van verkoop van de woning was € 409.000. De zoon bleef de koopsom schuldig. Deze werd omgezet in een lening waarvan vader € 123.000 kwijtschold. De zoon deed aangifte van een schenking van € 123.000 en verzocht om verrekening met een deel van de betaalde overdrachtsbelasting. Na toepassing van de geldende vrijstelling resteerde een belastbare schenking van € 117.970.
De Belastingdienst merkte de verkoop van de woning en de gedeeltelijke kwijtschelding van de koopsom aan als een samenstel van rechtshandelingen. Volgens de waarderingsregels van de Successiewet 1956 moest de waarde van de woning worden bepaald op 68% van de WOZ-waarde. Het verschil tussen dat bedrag en de koopsom was volgens de Belastingdienst onderdeel van de schenking. De belaste verkrijging bedroeg volgens de Belastingdienst € 171.090.

Op grond van een arrest van de Hoge Raad uit 1997 is de rechtbank van oordeel dat de verkoop van de woning gevolgd door gedeeltelijke kwijtschelding van de koopsom wel een samenstel van rechtshandelingen vormt, maar dat dit geen schenking van een deel van de woning oplevert. Het enkele feit dat een deel van de koopprijs wordt kwijtgescholden, betekent niet dat de verkoop zonder betekenis is. Volgens de rechtbank is de kwijtschelding het voorwerp van de schenking. Dat betekent dat niet wordt toegekomen aan de door de Belastingdienst gehanteerde waarderingsvoorschriften. De rechtbank verlaagde de aanslag schenkbelasting.

Deel deze pagina: