Interne compensatie na compromis

Na een boekenonderzoek bij een BV legde de Belastingdienst naheffingsaanslagen dividendbelasting 2005 en 2006 op wegens winstuitdelingen aan de dga. De winstuitdelingen hadden betrekking op de door de BV gekochte Ferrari en op een zeer groot bedrag aan reis- en verblijfkosten. Dat laatste bedrag was verwerkt in de resultatenrekening van 2006 maar had voor een deel betrekking op 2005. De inspecteur betrok het gehele bedrag aan reis- en verblijfkosten in de naheffingsaanslag over 2006. Er volgde een procedure. Ter zitting van de rechtbank kwam een compromis tot stand. Dat hield in dat de Ferrari per 1 januari 2004 tegen de boekwaarde naar het privévermogen van de dga over ging. De rekening-courantverhouding tussen de BV en de dga werd daaraan aangepast. Door het compromis vervielen de uitdelingscorrecties met betrekking tot de Ferrari in de aan de dga opgelegde navorderingsaanslagen IB en in de naheffingsaanslagen dividendbelasting. Wel bleven de correcties in de vennootschapsbelasting in stand. Voor het aan het jaar 2005 toe te rekenen deel van de in 2006 geboekte reis- en verblijfkosten beriep de inspecteur zich op interne compensatie. In hoger beroep oordeelde Hof Amsterdam dat het compromis inzake de Ferrari een beroep op interne compensatie door de inspecteur niet verhindert. Uit de vastlegging van het compromis blijkt niet dat partijen verdere afspraken hebben gemaakt. Evenmin kan uit deze vastlegging worden afgeleid dat de inspecteur heeft afgezien van een beroep op interne compensatie.

De BV ging in cassatie tegen de uitspraak van het hof, omdat zij meende dat het ter zitting van de rechtbank gesloten compromis een beroep op interne compensatie ter zake van de correctie reis- en verblijfkosten wel verhinderde. De Hoge Raad maakte daar korte metten mee. Het oordeel berustte op de aan het hof voorbehouden uitlegging van het compromis, was niet onbegrijpelijk en behoefde geen nadere motivering.
Daarnaast kwam de vraag aan de orde wat de gevolgen van interne compensatie waren voor de grondslag van de opgelegde boete. Een door interne compensatie alsnog in een aanslag betrokken bedrag mag alleen in de grondslag voor de boete worden opgenomen als de belanghebbende uit de kennisgeving van de boete heeft kunnen opmaken dat dit bedrag behoorde tot de punten ten aanzien waarvan de boete werd opgelegd. In dit geval was het controlerapport naar de BV gestuurd. Daarin stonde welke feiten en omstandigheden aanleiding gaven voor het opleggen van vergrijpboetes. Het hof was van oordeel dat aan de BV was medegedeeld dat alle uitdelingscorrecties, waaronder het aanvankelijk in het jaar 2006 in aanmerking genomen bedrag van € 24.936 aan reis- en verblijfkosten, werden beschouwd als winstuitdelingen waarvoor opzettelijk niet de verschuldigde dividendbelasting was voldaan. Ook dat oordeel geeft volgens de Hoge Raad geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Het oordeel is ook niet onbegrijpelijk en behoefde geen nadere motivering.

Deel deze pagina: