Geen bezwaar tegen niet-afgedragen belasting

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat bezwaar tegen het niet afdragen van een aangegeven bedrag aan belasting niet-ontvankelijk is. Dat wordt niet anders wanneer voordat de inspecteur uitspraak op het bezwaar heeft gedaan het bedrag inmiddels is betaald op een naheffingsaanslag. Bepalend is dat de belasting niet op aangifte is afgedragen.

De procedure had betrekking op een werkgever die tijdig aangifte had gedaan voor de loonheffingen over de maand maart 2013. Het aangegeven bedrag betaalde de werkgever echter niet. De werkgever maakte bezwaar tegen het aangegeven bedrag. De Belastingdienst legde een naheffingsaanslag loonheffingen op over de maand maart 2013 met een verzuimboete. De werkgever betaalde zowel de naheffingsaanslag als de boete. De Belastingdienst verklaarde het ingediende bezwaar niet-ontvankelijk. In hoger beroep tegen de uitspraak op bezwaar oordeelde Hof Den Haag dat het bezwaar niet-ontvankelijk was voor zover het was gericht tegen de afdracht op aangifte. Volgens het hof was het bezwaarschrift mede gericht tegen de naheffingsaanslag, ook al was het bezwaar ingediend voordat de naheffingsaanslag was opgelegd. Het hof hield daarbij rekening met de verklaring van de Belastingdienst dat op het niet afdragen van een op een aangifte vermeld bedrag altijd een naheffingsaanslag volgt. Volgens de Hoge Raad is dat oordeel niet juist.

De niet-ontvankelijkverklaring van een voortijdig ingediend bezwaar blijft achterwege wanneer het besluit waartegen het bezwaar is gericht op het moment van indiening van het bezwaar is genomen of wanneer de indiener redelijkerwijs kon menen dat dit het geval was. De omstandigheid dat een niet afgedragen bedrag aan belasting altijd wordt nageheven wil niet zeggen dat het besluit om na te heffen al is genomen ten tijde van het indienen van het bezwaar tegen het aangegeven bedrag. Een belanghebbende kan ook niet redelijkerwijs menen dat het besluit om na te heffen al is genomen.

Deel deze pagina:
Geschreven door