Werk in buitenland

Een inwoner van Nederland die in dienstbetrekking werkt voor een in Nederland gevestigde werkgever heeft recht op aftrek ter voorkoming van dubbele belasting wanneer hij gedurende drie aaneengesloten maanden werk verricht in het buitenland. Bij de beoordeling of aan het driemaandenvereiste is voldaan, mogen verlofperioden worden meegerekend. Het aantal verlofdagen moet wel in redelijke verhouding tot de feitelijk gewerkte tijd staan.

In een procedure in hoger beroep nam de inspecteur het standpunt in dat aan de eis van een aaneengesloten periode van drie maanden werk in het buitenland met gewone arbeidsonderbreking niet was voldaan. Naar de mening van de inspecteur bestond er een wanverhouding tussen het aantal gewerkte dagen en het aantal opgenomen verlofdagen. De periode van uitzending naar het buitenland begon op 13 november 2012. In de drie maanden na die datum ging het om 34 werk- en reisdagen, 2 ziektedagen, 6 cursusdagen en 50 verlofdagen.

De uitgezonden werknemer diende aannemelijk te maken dat het totaal van 50 opgenomen verlofdagen naar evenredigheid kon worden toegerekend aan zijn in het buitenland verrichte arbeid. Naar evenredigheid betekent in dit kader dat de verlofdagen in de periode van buitenlandse werkzaamheid moeten zijn opgebouwd. Anders dan de rechtbank was het hof van oordeel dat deze evenredigheid niet mag worden beoordeeld aan een periode van een jaar. Een opbouw van meer dan één dag verlof per dag arbeid is onevenredig. De werknemer slaagde er niet in het tegendeel aannemelijk te maken. Daarom had hij geen recht op aftrek elders belast.

Deel deze pagina:

Terug naar overzicht