Verzoek teruggaaf omzetbelasting

Op verzoek verleent de Belastingdienst aan een ondernemer teruggaaf omzetbelasting die betrekking heeft op niet betaalde facturen. De ondernemer moet een verzoek om teruggaaf doen bij de aangifte over het tijdvak waarin hem duidelijk is geworden dat zijn afnemer niet zal betalen. Wanneer dat stadium is bereikt staat niet uitdrukkelijk vast. Wat wel vaststaat is het uiterste tijdstip waarop een teruggaaf omzetbelasting kan worden gevraagd. Dat is bij de aangifte over het eerste tijdvak waarin betaling van de vergoeding niet meer bij de rechter kan worden afgedwongen.

Te laat ingediend verzoek

Een voorbeeld van een te laat ingediend verzoek om teruggaaf is de volgende casus. De casus betrof een ondernemer, die zijn vorderingen aan de bank had verpand. Op 8 november 2012 werd de ondernemer failliet verklaard. De bank schakelde vervolgens een incassobureau in om de verpande vorderingen te innen. De curator beschreef de toestand van de boedel in de periode van 30 oktober 2012 tot en met 30 november 2013 in drie faillissementsverslagen. In het laatste verslag stond dat de bank de incassoactiviteiten inmiddels had gestaakt. De curator wachtte met het verzoek om teruggaaf van omzetbelasting wegens oninbaarheid van de vorderingen tot de ontvangst van de eindrapportage van het incassobureau. Pas daarna, in de maand maart 2014, diende hij het verzoek in.

Volgens de rechtbank was dat te laat. Uiterlijk in het vierde kwartaal van 2013 was bekend dat de vorderingen niet betaald zouden worden omdat de incassoactiviteiten waren gestaakt. Het recht op teruggaaf is in dat tijdvak ontstaan. Dat betekent dat het verzoek om teruggaaf van omzetbelasting bij de aangifte over het vierde kwartaal, dus uiterlijk op 31 januari 2014 had moeten worden ingediend.

Deel deze pagina:

Terug naar overzicht