Verrekeningsbevoegdheid Ontvanger

De Ontvanger van de Belastingdienst heeft het recht om belastingschulden te verrekenen met teruggaven van belasting van dezelfde persoon. De Ontvanger mag ook belastingschulden verrekenen met teruggaven van een ander dan de belastingschuldige zelf. Dit kan wanneer het gaat om schulden en vorderingen van vennootschappen binnen een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting.

Casus

Drie failliete vennootschappen hadden ieder recht op teruggave van omzetbelasting over tijdvakken na de faillissementsdatum. Deze teruggaven hadden betrekking op facturen voor aan de boedel geleverde goederen en diensten. Daarnaast werd verzocht om teruggaaf van omzetbelasting wegens oninbaarheid van facturen. Deze waren reeds vóór het faillissement door de vennootschap aan derden uitgereikt. De ontvanger weigerde de teruggaven en verrekende deze met belastingschulden van de fiscale eenheid waartoe de vennootschappen hadden behoord. Hierop volgde een procedure over de vraag of de Ontvanger terecht de teruggaven had verrekend.

In de Faillissementswet staat dat iemand, die zowel schuldenaar als schuldeiser van de gefailleerde is, bevoegd is om zijn schuld met zijn vordering op de gefailleerde te verrekenen. Voorwaarde voor deze verrekening is dat vordering en schuld zijn ontstaan vóór de faillietverklaring of voortvloeien uit handelingen die vóór de faillietverklaring zijn verricht. In de Invorderingswet wordt verwezen naar artikelen uit de Faillissementswet. De Invorderingswet breidt de bevoegdheid tot verrekening voor de Ontvanger uit tot belastingschulden en -vorderingen van andere vennootschappen die samen met de belastingschuldige deel van een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting hebben uitgemaakt. De belastingschulden en -vorderingen moeten zijn ontstaan in de periode waarin de belastingschuldige deel uitmaakte van de fiscale eenheid. Deze bepaling geldt ook in geval van faillissement van de belastingschuldige of van andere vennootschappen uit de fiscale eenheid.
Volgens de Hoge Raad houdt deze bepaling geen uitzondering in op de eis dat vordering en schuld beide zijn ontstaan vóór de faillietverklaring of voortvloeien uit een vóór de faillietverklaring bestaande rechtsverhouding met de gefailleerde. De Ontvanger heeft ten onrechte verrekening toegepast met de teruggaven omzetbelasting die betrekking hadden op de periode na faillietverklaring.

Deel deze pagina:

Terug naar overzicht