Vermogensetikettering woning

Een ondernemer heeft binnen de grenzen van de redelijkheid de keuze om vermogensbestanddelen tot zijn ondernemingsvermogen of tot zijn privévermogen te rekenen. De grenzen van de redelijkheid worden niet overschreden als een ondernemer zijn woning tot het
ondernemingsvermogen rekent en de woning bij aankoop of na verbouwing bestemd was om voor meer dan 10% in de onderneming te worden gebruikt.

Of aan het 10%-criterium was voldaan was inzet van een procedure. De woonoppervlakte bedroeg 216 m². De zakelijk gebruikte kantoorruimte besloeg 16 m². Volgens de ondernemer was ook een deel van de zolder bestemd voor zakelijk gebruik. Het zakelijk gebruikte
deel van de woning kwam volgens hem uit op ruim 29 m². De inspecteur ging niet uit van de oppervlakte van het woongedeelte, maar van de totale oppervlakte van de woning. Die bedroeg 261 m². Volgens de inspecteur werd alleen de kantoorruimte zakelijk gebruikt.

Ten aanzien van de totale oppervlakte deelde Hof Den Bosch de mening van de inspecteur. Het hof vond aannemelijk dat de zolder voor de helft, in totaal 6,6 m², bestemd was voor zakelijk gebruik. Meer zakelijk gebruik van de zolder vond het hof niet aannemelijk.
Het feit dat de kantoorruimte alleen via de hal bereikbaar was, vond het hof onvoldoende om de hele hal toe te rekenen aan het zakelijke gebruik. Het hof schatte het zakelijk gebruikte deel van de hal op 1 m². In totaal kwam het hof op een zakelijk gebruikte
oppervlakte van 23,6 m². Daarmee was niet voldaan aan het 10%-criterium. De woning mocht daarom niet tot het ondernemingsvermogen worden gerekend.

Deel deze pagina:

Terug naar overzicht