Verlengde navorderingstermijn schenking

Naast de reguliere navorderingstermijn van vijf jaar kent de wet een verlengde navorderingstermijn van twaalf jaar voor gevallen waarin te weinig belasting is geheven over een buitenlands inkomens- of vermogensbestanddeel. Net als de reguliere navorderingstermijn vangt de verlengde navorderingstermijn in beginsel aan op het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan. Er geldt echter een bijzondere regeling voor gevallen waarin geen aangifte van een schenking is gedaan. De verlengde navorderingstermijn begint dan te lopen op de dag van de inschrijving van de akte van overlijden van de schenker of van de begiftigde in de registers van de burgerlijke stand. Deze bijzondere bepaling kan tot gevolg hebben dat meer dan twaalf jaar nadat een belastingschuld is ontstaan een navorderingsaanslag wordt opgelegd.

In 1997 schonk een moeder aan ieder van haar drie dochters een bedrag van ƒ 465.200 vrij van recht. Daarvan werd begin 1998 aangifte gedaan, met een aanslag schenkingsrecht tot gevolg. In 2014 maakte een van de dochters gebruik van de inkeerregeling. Daardoor werd het de Belastingdienst bekend dat de dochters naast de aangegeven schenking vrij van recht in 1997 nog een schenking van ƒ 925.000 hadden gekregen van hun moeder. Het geld was afkomstig van een Zwitserse bankrekening van de moeder. Aan de hand van deze informatie legde de inspecteur in december 2015 een navorderingsaanslag schenkingsrecht op. De vraag of deze navorderingsaanslag tijdig was opgelegd is door de rechtbank bevestigend beantwoord. Bepalend daarvoor was dat geen aangifte is gedaan van de schenking van het Zwitserse vermogen. De verlengde navorderingstermijn is daardoor niet ingegaan op 1 januari 1998, maar pas na het overlijden van moeder in 2004.

De rechtbank merkte op dat het uitgangspunt van de wet is dat elke schenking een afzonderlijk belastbaar feit vormt. In cassatie werd een beroep gedaan op de bepaling in de Successiewet die alle schenkingen, die ouders in een kalenderjaar aan een kind doen, als één schenking aanmerkt. Dat zou ertoe moeten leiden dat de bijzondere navorderingsregeling alleen van toepassing is wanneer van geen enkele schenking aan een kind in een kalenderjaar aangifte is gedaan. Volgens de Hoge Raad heeft de aangehaalde bepaling uit de Successiewet alleen belang voor de hoogte van de verschuldigde belasting. De navorderingsaanslag was tijdig vastgesteld.

Deel deze pagina:

Terug naar overzicht