Vaststelling WOZ-waarde

Voor de toepassing van de Wet WOZ wordt de waarde van een onroerende zaak jaarlijks vastgesteld. De WOZ-waarde is de waarde in het economische verkeer. Dat is de prijs die bij verkoop op de meest geschikte wijze na de beste voorbereiding door de meestbiedende gegadigde voor de onroerende zaak zou zijn betaald. De heffingsambtenaar moet, wanneer de og-eigenaar de waarde bestrijdt, aannemelijk maken dat de waarde niet te hoog is vastgesteld.
Volgens vaste rechtspraak komt aan de WOZ-waarde van een eerder belastingjaar geen zelfstandige betekenis toe bij de waardebepaling voor een later belastingjaar. De waarde van een onroerende zaak wordt voor elk kalenderjaar opnieuw bepaald aan de hand van feiten en omstandigheden die zich op de waardepeildatum hebben voorgedaan. Een flinke stijging van de WOZ-waarde ten opzichte van een eerder jaar wil niet zeggen dat de WOZ-waarde te hoog is vastgesteld. Ook de gemiddelde stijging van WOZ-waarden in de gemeente zegt niets over de WOZ-waarde van een individuele zaak.

Casus

In een procedure over de WOZ-waarde van een woning stelde de rechtbank vast dat de taxatiewaarde per m2 lager was dan de gerealiseerde verkoopprijzen per m2 van de door de heffingsambtenaar gehanteerde vergelijkingsobjecten. Daarmee had de heffingsambtenaar aannemelijk gemaakt dat de WOZ-waarde van de woning niet te hoog was vastgesteld. In hoger beroep onderschreef het hof het oordeel van de rechtbank.

De stelling dat de heffingsambtenaar de oppervlakte van de woning ten onrechte had bepaald op 123 m2 in plaats van 116 m2 weest het hof af. Gelet op de uitgebreide toelichting die de taxateur van de gemeente ter zitting heeft gegeven stond vast dat de oppervlakte volgens de juiste meetinstructie was bepaald. Ook de oppervlakten van de vergelijkingsobjecten waren op deze wijze vastgesteld, zodat de heffingsambtenaar aan de hand van een consistent toegepaste meetmethode rekening heeft gehouden met de verschillen in woonoppervlak tussen de woning en de vergelijkingsobjecten.

De eigenaar van de woning klaagde verder over een onjuiste afronding van de taxatiewaarde. Volgens de eigenaar had de heffingsambtenaar de WOZ-waarde van zijn woning naar beneden moeten afronden op eenheden van € 5.000. De Waarderingsinstructie 2011 bevat het advies om de berekende WOZ-waarden van woningen naar beneden af te ronden op eenheden van minimaal € 1.000. Dat advies heeft de gemeente niet overgenomen. In plaats daarvan paste de heffingsambtenaar afronding naar beneden op eenheden van € 500 toe. Dat gebeurde consistent. Het eindoordeel van het hof is dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat hij de waarde van de woning niet te hoog had vastgesteld.

Deel deze pagina:

Terug naar overzicht