VAR-wuo niet herzien

De Belastingdienst had voor het jaar 2015 aan een zelfstandige zorgverleenster op haar verzoek een VAR-winst uit onderneming (VAR-wuo) afgegeven. De werkzaamheden betroffen zorg in natura als bedoeld in de Wet langdurige zorg (Wlz). De zorgverleenster kreeg haar opdrachten door tussenkomst van een bemiddelingsorganisatie. De Belastingdienst herzag na het indienen van de aangifte de VAR niet, maar merkte de inkomsten aan als resultaat uit overige werkzaamheden.
Volgens de rechtbank heeft een eenmaal afgegeven VAR alleen geen betekenis als:

  1. deze betrekking heeft op een andere periode dan de periode waarin de werkzaamheden zijn uitgevoerd;
  2. deze de aard van de verrichte werkzaamheden niet dekt; of
  3. onder valse voorwendselen is aangevraagd.

Over de periode en de werkzaamheden verschilden partijen niet van mening. De rechtbank onderzocht daarom of de VAR onder valse voorwendselen was aangevraagd. De Belastingdienst meende dat dit het geval was omdat de zorgverleenster enkele vragen onjuist had beantwoord. De rechtbank deelde die mening, maar rekende dat de zorgverleenster niet zo zwaar aan dat dit leidde tot het oordeel dat de VAR onder valse voorwendselen was aangevraagd. De rechtbank vond voorstelbaar dat de zorgverleenster had geantwoord dat minder dan 50% van de werkzaamheden via een bemiddelaar zou plaatsvinden, gezien haar inkomsten uit loondienst. De rechtbank vond de verklaring voor het in tegenstelling tot de gegeven antwoorden niet zelf factureren en maken van reclame geloofwaardig. Wel had de zorgverleenster de gewijzigde omstandigheden aan de Belastingdienst door moeten geven.

De Belastingdienst had, om de bij de behandeling van de aangifte een ander standpunt in te kunnen nemen de afgegeven VAR-wuo moeten herzien. Door dat niet te doen mocht op het punt van kwalificatie van de werkzaamheden niet worden afgeweken van de aangifte.

Deel deze pagina:

Terug naar overzicht