Toepassing verlengde navorderingstermijn

Wanneer iemand niet de vereiste aangifte heeft gedaan, wordt de bewijslast omgekeerd en verzwaard. Dat houdt in dat de belastingplichtige moet aantonen dat en in hoeverre de opgelegde aanslag niet juist is. De regeling dient ter compensatie van de bewijsproblemen die de inspecteur ondervindt bij de vaststelling van de verschuldigde belasting en de grondslag daarvoor. De omkering en de verzwaring van de bewijslast zijn niet bedoeld om de vraag of de inspecteur mag navorderen te beantwoorden. In een geval waarin de inspecteur alleen met toepassing van de verlengde navorderingstermijn kan navorderen, zal hij aannemelijk moeten maken dat het gaat om in het buitenland opgekomen inkomsten. Lukt hem dat niet, dan heeft hij geen grond voor navordering.

In 2014 maakte een belastingplichtige met toepassing van de inkeerregeling melding van vermogen op buitenlandse bankrekeningen. Het vermogen en de opbrengsten daarvan verwerkte de belastingplichtige niet in zijn aangiften. De op de bankrekeningen gestorte bedragen waren “zwarte” inkomsten uit zijn onderneming. Na de inkeer volgden navorderingsaanslagen over een reeks van jaren. De vraag was of de inspecteur over de niet aangeven inkomsten uit de onderneming mocht navorderen met toepassing van de verlengde navorderingstermijn.

De rechtbank was van oordeel dat, gezien de correcties van het inkomen in box 3, de belastingplichtige niet de vereiste aangiften had gedaan. De belastingplichtige moest volgens de rechtbank overtuigend aantonen dat de op de bankrekeningen gestorte bedragen niet afkomstig waren uit in het buitenland opgekomen winst uit onderneming. Omdat de belastingplichtige niet aan deze omgekeerde en verzwaarde bewijslast had voldaan, mocht de inspecteur navorderen met toepassing van de verlengde navorderingstermijn. Dat oordeel is niet juist. De Hoge Raad heeft de uitspraak van de rechtbank vernietigd.

Deel deze pagina:

Terug naar overzicht