Te laat opleggen aanslag heeft geen gevolg voor verliesbeschikking

Een aanslag vennootschapsbelasting moet binnen drie jaar na het einde van het kalenderjaar, waarop de aanslag betrekking heeft, worden opgelegd. De termijn van drie jaar wordt verlengd met de periode van uitstel die is verleend voor het doen van de aangifte.

Met dagtekening 3 januari 2014 legde de inspecteur een aanslag vennootschapsbelasting op aan een bv over het jaar 2009. Daarbij werd de belastbare winst vastgesteld op een negatief bedrag. In de aangifte was een groter verlies verwerkt. Het verlies over 2009 werd bij beschikking van 22 februari 2014 verrekend met de belastbare winst over 2006. Hof Arnhem-Leeuwarden was van oordeel dat de aanslag niet binnen de wettelijke termijn was vastgesteld. Dat had tot gevolg dat de aanslag werd vernietigd. De wettelijke termijn voor het vaststellen van een aanslag geldt echter niet voor het vaststellen van een verliesbeschikking. Het hof was het niet eens met het standpunt dat de verliesvaststellingsbeschikking het lot deelt van de aanslag en dus zou moeten worden vernietigd wegens termijnoverschrijding.

In cassatie heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de strekking van de wettelijke termijn geen andere is dan dat het verstrijken van de termijn van drie jaren geen belastingschuld meer kan worden vastgesteld. De bepaling in de wet, dat een verlies van een jaar tegelijk met de aanslag over dat jaar wordt vastgesteld, heeft niet tot gevolg dat vernietiging van die aanslag leidt tot vernietiging van de verliesbeschikking.

Deel deze pagina:

Terug naar overzicht