Start onderneming vanuit de WW

Het UWV kan toestemming verlenen om met behoud van uitkering een onderneming vanuit de WW te starten. Dat kan gedurende een periode van maximaal 26 weken. De WW-uitkering wordt dan aangemerkt als een voorschot. De inkomsten van de werknemer worden verrekend met de WW-uitkering. In het geval van werkzaamheden als ondernemer gaat het om de belastbare winst; in het geval van werkzaamheden als dga gaat het om het loon uit de BV.

Inzet van een procedure bij de Centrale Raad van Beroep was of een werknemer, die als dga was gaan werken met behoud van zijn WW-uitkering, erop mocht vertrouwen dat de verrekening van zijn inkomsten zou geschieden op basis van de winst van de BV. In het besluit van het UWV stond dat 70% van zijn inkomsten als zelfstandige in mindering zou komen op de WW-uitkering. De werknemer meende aan een folder van het UWV het recht te kunnen ontlenen dat niet zou worden uitgegaan van zijn belastbaar inkomen, maar van de belastbare winst van de BV. De Centrale Raad van Beroep ging daar niet in mee.

Volgens de Centrale Raad van Beroep was van ongelijke behandeling van gelijke gevallen geen sprake. Een ondernemer met een eenmanszaak en een dga van een BV zijn voor de toepassing van de startersregeling geen gelijke gevallen. Verrekening van de WW-uitkering moest plaatsvinden met de inkomsten van de dga zelf.