Prejudiciële vragen naheffing motorrijtuigenbelasting buitenlands kenteken

De houder van een motorrijtuig moet motorrijtuigenbelasting (mrb) betalen. Houder is degene op wiens naam het motorrijtuig is gesteld of degene die in Nederland feitelijk de beschikking heeft over een motorrijtuig met een buitenlands kenteken. De belasting wordt betaald per tijdvak van drie maanden. Het belastingtijdvak vangt aan op de dag waarop het kenteken op naam wordt gesteld en vervolgens steeds drie maanden later. Voor een auto met een buitenlands kenteken vangt het belastingtijdvak aan op de dag waarop het gebruik van de weg in Nederland aanvangt en vervolgens steeds drie maanden later, zolang het motorrijtuig in Nederland feitelijk ter beschikking staat.

Een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting kan worden opgelegd wanneer de verschuldigde mrb geheel of gedeeltelijk niet is betaald. De bevoegdheid tot naheffen vervalt vijf jaar na het einde van het kalenderjaar waarin de belastingschuld is ontstaan. Naheffing vindt plaats over een tijdvak van 12 maanden. Voor de houder van een voertuig met een buitenlands kenteken die als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen of die zich als ingezetene had moeten inschrijven, vangt het belastingtijdvak aan op het tijdstip van inschrijving c.q. het tijdstip waarop die inschrijving had moeten gebeuren. Deze afwijkende bepaling heeft gevolgen voor het tijdvak waarover een naheffingsaanslag mrb kan worden opgelegd. In die gevallen wordt volgens de wet nageheven vanaf het moment van inschrijving.

De rechtbank Zeeland-West-Brabant vraagt zich af of deze afwijkende naheffingsbepaling discriminatie naar nationaliteit inhoudt. Daarover heeft de rechtbank prejudiciële vragen voorgelegd aan de Hoge Raad.

Deel deze pagina:

Terug naar overzicht