Overbodig wetsvoorstel

Financiën heeft aan de Tweede Kamer gezegd dat het wetsvoorstel voor vereenvoudiging van formeel verkeer met de Belastingdienst en een wijzigingswetsvoorstel voor de omzetbelasting in verband met constructiebestrijding niet meer nodig zijn.

Het eerste wetsvoorstel had als doel het vervangen van het rechtsmiddel van bezwaar door de mogelijkheid van herziening van opgelegde aanslagen. Vanwege de benodigde investeringen in de automatisering past dit voorstel niet meer binnen het beleid van het kabinet.
Het tweede wetsvoorstel is niet meer nodig omdat hierin al op andere wijze is voorzien, onder meer door de ontwikkeling van het leerstuk van misbruik van recht. De beslissing om de wetsvoorstellen in te trekken laat de staatssecretaris over aan het volgende kabinet.

De staatssecretaris is wel van plan om te komen met een herzieningsregeling in de omzetbelasting voor kostbare diensten. Die regeling moet betrekking hebben op diensten die langere tijd worden gebruikt en plegen te worden geactiveerd op de balans. Door de herzieningsregeling vindt gedurende het herzieningstijdvak van vijf of tien jaar een correctie plaats op de eerder in aftrek gebrachte btw, naargelang het werkelijke gebruik voor belaste of vrijgestelde prestaties. Het is de bedoeling dat nog dit jaar een concept van de aangepaste herzieningsregeling wordt gepubliceerd.

Deel deze pagina:

Terug naar overzicht