Onderwijsvrijstelling voor samenwerkende ROC’s

Volgens de Hoge Raad zijn de werkzaamheden van twee onderwijsinstellingen, die gezamenlijk onder gemeenschappelijke naam en voor gemeenschappelijke rekening volwassenenonderwijs verstrekken, vrijgesteld van omzetbelasting. De werkzaamheden ten behoeve van het volwassenenonderwijs inclusief de ondersteunende werkzaamheden moeten voor de heffing van omzetbelasting niet worden opgesplitst. Er is sprake van één ondeelbare prestatie, namelijk het verstrekken van onderwijs. Daarvoor geldt de onderwijsvrijstelling in de omzetbelasting.

Wanneer een ondernemer voor de omzetbelasting voor één afnemer verschillende handelingen tegen afzonderlijke vergoedingen verricht, moet iedere handeling voor de heffing van omzetbelasting normaal gesproken als een aparte handeling worden beschouwd. Dat volgt uit jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU. Meerdere handelingen moeten als één enkele handeling worden beschouwd wanneer zij niet zelfstandig zijn en objectief gezien één niet te splitsen economische prestatie vormen. Het splitsen daarvan zou kunstmatig zijn. Het feit dat een derde in beginsel deze handelingen kan verrichten hoeft er niet toe te leiden dat van het verrichten van één ondeelbare dienst geen sprake is. Overigens worden meerdere handelingen voor de omzetbelasting ook aangemerkt als één prestatie wanneer een of meer aspecten van deze handelingen de hoofdprestatie vormen en andere aspecten bijkomende prestaties zijn. Een prestatie is bijkomend wanneer zij voor de afnemer geen doel op zich is maar een middel om de hoofdprestatie van de dienstverrichter zo aantrekkelijk mogelijk te maken.

De samenwerking van twee ROC’s betrof het bundelen van het voorheen door ieder van hen verleende volwassenenonderwijs. De daarmee gemoeide werkzaamheden hebben de ROC’s onderling verdeeld. Beide ROC’s leveren een bijdrage door met eigen docenten op de eigen onderwijslocatie en met bijbehorende faciliteiten onderwijs te blijven geven. Ook verrichtte iedere ROC bepaalde ondersteunende werkzaamheden. Volgens de Hoge Raad moest het totaal als één ondeelbare prestatie worden aangemerkt. Die prestatie betrof onderwijs, waarvoor een vrijstelling van omzetbelasting geldt. Ook de ondersteunende werkzaamheden zijn niet met omzetbelasting belast. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie van de staatssecretaris tegen een uitspraak van Hof Den Haag ongegrond verklaard.

Deel deze pagina:

Terug naar overzicht