Navordering van belasting

Wanneer aanvankelijk te weinig belasting is geheven, kan de Belastingdienst dit corrigeren door een navordering. Om een navordering op te kunnen leggen moet de Belastingdienst de beschikking hebben over een nieuw feit. Dat is een gegeven dat ten tijde van het opleggen van de oorspronkelijke aanslag nog niet bekend was of had kunnen zijn bij de Belastingdienst. Een nieuw feit kan worden gevonden bij een door de Belastingdienst ingesteld boekenonderzoek. De uitkomst van een boekenonderzoek levert echter geen nieuwe feiten op en is geen grond voor navordering wanneer de Belastingdienst de aanslag oplegt terwijl het onderzoek gaande is. In een dergelijke situatie is sprake van een ambtelijk verzuim dat het opleggen van een navorderingsaanslag verhindert.

Wanneer een nieuw feit ontbreekt, is navordering toch mogelijk als de belastingplichtige te kwader trouw is. Dat doet zich voor wanneer een belastingplichtige de inspecteur opzettelijk de juiste inlichtingen heeft onthouden of opzettelijk onjuiste inlichtingen heeft verstrekt. Dit vereist bewustheid van de belastingplichtige. Voldoende daarvoor is dat de belastingplichtige ten tijde van het doen van aangifte wist dat er een aanmerkelijke kans bestond dat hij een onjuiste aangifte deed en die kans bewust heeft aanvaard.

Deel deze pagina:

Terug naar overzicht