Kantoorpand of woning?

Bij de verkrijging van een onroerende zaak moet overdrachtsbelasting worden betaald. Het normale tarief is 6%. Voor woningen geldt een laag tarief van 2%. Omdat belasting wordt berekend over de waarde van de onroerende zaak, is de kwalificatie kantoorpand of woning van groot belang. De Hoge Raad heeft op 24 februari 2017 vier arresten gewezen over de vraag of sprake is van een kantoorpand of woning voor de overdrachtsbelasting. Het karakter van een onroerende zaak wordt beoordeeld aan de hand van het doel waarvoor de zaak is ontworpen en gebouwd. Was het doel aanvankelijk bewoning, maar is dat later veranderd, dan is het karakter van woning behouden als er slechts beperkte aanpassingen nodig zijn om het pand weer voor bewoning geschikt te maken. Een pand, dat voor een ander doel is gebouwd, maar door latere verbouwing tot woning is bestemd valt ook onder het begrip woning.

Procedure

Een procedure over een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting had betrekking op een pand dat is gebouwd als kantoorgebouw en als zodanig is gebruikt. De vraag of het pand door een latere verbouwing tot woning is bestemd, moet worden beantwoord naar de situatie op uiterlijk het moment van de verkrijging. De koper slaagde er niet in om aannemelijk te maken dat op het moment van de verkrijging het pand dusdanig was verbouwd dat het naar zijn aard tot woning was bestemd. Wat de precieze toestand van het pand op de dag van de levering was, kon de koper niet duidelijk maken. Kort na de levering had de inspecteur het pand bezocht. De koper bestreed de bevindingen in het rapport van de bezichtiging niet. In het rapport stond dat er nog geen wooneenheden gereed waren en dat slechts in een deel van het pand sloopwerkzaamheden waren uitgevoerd. De naheffingsaanslag overdrachtsbelasting is terecht opgelegd.