Kamervragen vaststellingsovereenkomsten multinationals

De staatssecretaris van Financiën heeft Kamervragen beantwoord over vaststellingsovereenkomsten tussen de Belastingdienst en multinationals. Vaststellingsovereenkomsten worden gesloten ter beëindiging of voorkoming van onzekerheid of geschil over wat tussen partijen rechtens geldt. In het Besluit Fiscaal Bestuursrecht is opgenomen aan welke eisen een vaststellingsovereenkomst tussen een belastingplichtige en de Belastingdienst moet voldoen. Er moet een looptijd worden opgenomen en stilzwijgende verlenging is niet toegestaan. Verder moet altijd worden opgenomen dat de vaststellingsovereenkomst vervalt bij een relevante wijziging van wet- of regelgeving.

Een ruling is een bijzondere vorm van een vaststellingsovereenkomst, omdat deze alleen zekerheid geeft over de fiscale gevolgen van toekomstige rechtshandelingen of van rechtshandelingen voordat de aangifte is ingediend. Voor rulings met een internationaal karakter wil de staatssecretaris in het kader van de aangekondigde herziening van de rulingpraktijk de looptijd beperken tot in principe vier of vijf jaar.

Enkele vragen hebben betrekking op afspraken over een dividendtoegangsmechanisme. Dat is een aandelenstructuur die is opgezet om de heffing van dividendbelasting te voorkomen. Een voorbeeld hiervan is Shell, dat bij de samenvoeging van de Britse en de Nederlandse tak onder één moedermaatschappij wilde voorkomen dat dividendbelasting moest worden ingehouden over aan de voormalige aandeelhouders van de Britse tak uitgekeerde dividenden. In het debat over de voorgenomen afschaffing van de dividendbelasting heeft de staatssecretaris gezegd dat de dividendbelastingaspecten van een dividendtoegangsmechanisme niet in een beleidsbesluit zijn gepubliceerd. Er is geen beleid van de Belastingdienst over de fiscale duiding van een dividendtoegangsmechanisme dat niet is terug te vinden in de wet of in jurisprudentie. Niet iedere vaststellingsovereenkomst is aanleiding voor een beleidsbesluit.

Fiscale grensverkenning doet zich voor als de inspecteur in het vooroverleg een standpunt inneemt waar de vragensteller zich niet in kan vinden en vervolgens probeert de casus door het aanbrengen van kleine wijzigingen fiscaal aanvaardbaar te presenteren. De staatssecretaris merkt op dat wanneer sprake is van fiscale grensverkenning de Belastingdienst het vooroverleg stopt en geen inhoudelijk standpunt zal innemen.

Deel deze pagina:

Terug naar overzicht