Kamervragen rulingpraktijk

De staatssecretaris van Financiën heeft Kamervragen over de rulingpraktijk van de Belastingdienst beantwoord. De vragen over de rulingpraktijk hebben betrekking op informeel kapitaal en zekerheid vooraf en op hybride entiteiten en financieringsvormen.

Informeel kapitaal

Volgens de staatssecretaris verandert het leerstuk van informeel kapitaal niet door internationale maatregelen op het gebied van informatie-uitwisseling. Het vermindert het risico van belastingontwijking als gevolg van informeel-kapitaalstructuren. Sinds 1 april wordt in OESO-verband informatie over informeel-kapitaalsituaties automatisch uitgewisseld. In rulings wordt opgenomen dat de belastingplichtige de buitenlandse belastingautoriteiten:

  • Een juist en volledig beeld moet geven van de activiteiten.
  • Een juist en volledig beeld moet geven van de fiscale behandeling daarvan in Nederland.

Er was geen verplichting om deze informatie ongevraagd te verstrekken. Vanaf 1 juli 2017 houdt de Belastingdienst het aantal informeel-kapitaalrulings bij. Er is geen beeld van aantallen uit het verleden.

In Nederland wordt een zakelijke beloning voor de hier uitgeoefende functies, gelopen risico’s en gebruikte activa in de heffing betrokken. Een louter op basis van aandeelhoudersmotieven ontvangen voordeel met onzakelijke tegenprestatie moet geëlimineerd worden uit de Nederlandse fiscale winst. Toepassing en uitwerking van dit arm’s lengthbeginsel is niet afhankelijk van de rechtsvorm. Niet alle OESO-lidstaten kennen het leerstuk van informeel
kapitaal.

Wanneer een concern door het centraliseren van de inkoopactiviteiten hogere kortingen dan voorheen ontvangt is dat geen voordeel dat is toe te rekenen aan het inkoopkantoor. Het voordeel komt toe aan de onderdelen van het concern die door hun gezamenlijke inkoopvolumes het inkoopkantoor in staat stellen de kortingen te realiseren. Als de kortingen niet worden doorgegeven aan de buitenlandse groepsmaatschappijen kan sprake zijn van informeel kapitaal. Door de toegenomen uitwisseling van informatie is het risico van een gebrek aan inzicht in dergelijke situaties verminderd.

Hybride entiteiten

Hybride entiteiten zijn rechtsvormen die in het ene land als transparant worden gezien en in het andere land als niet-transparant. Of een samenwerkingsverband of een rechtsvorm in Nederland al dan niet als transparant wordt aangemerkt is afhankelijk van de uitkomst van toetsing volgens de kaders die zijn neergelegd in beleidsbesluiten. Per 1 januari 2020 moet er wetgeving zijn die mismatches met hybride entiteiten neutraliseert door de aftrek van een vergoeding te weigeren als er in een ander land geen heffing tegenover staat en andersom. De bedoeling is dat in de eerste helft van 2018 een conceptwetsvoorstel voor consultatie wordt aangeboden.

Vanaf 1 januari 2016 is de deelnemingsvrijstelling niet van toepassing op vergoedingen van of betalingen door een dochtermaatschappij die in het andere land in aftrek kunnen worden gebracht. Deze wetsbepaling bestrijdt de fiscale gevolgen van financieringsvormen die in twee landen verschillend worden gekwalificeerd.

Deel deze pagina:

Terug naar overzicht