Kamervragen fiscaal partnerschap

De staatssecretaris van Financiën heeft Kamervragen over fiscaal partnerschap beantwoord. Het basispartnerbegrip houdt in dat gehuwden, geregistreerde partners en samenwonenden met een notarieel samenlevingscontract elkaars partner zijn. Het basispartnerbegrip geldt voor alle belastingwetten. In verschillende wetten is het fiscaal partnerschap uitgebreid of zijn de voorwaarden voor partnerschap aangevuld. Voor de schenk- en erfbelasting is een aantal aanvullende eisen gesteld. Zo zijn voor deze belasting bloedverwanten in de rechte lijn geen partner van elkaar.

Voor de inkomstenbelasting en de toeslagen is het basispartnerbegrip aangevuld met objectieve criteria. Daardoor is sprake van partnerschap in diverse situaties van samenwoning. Ongehuwd samenwonenden met een gezamenlijk kind, een gezamenlijke eigen woning of een gezamenlijke pensioenregeling zijn elkaars partner als zij in de basisregistratie personen op hetzelfde woonadres staan ingeschreven. Ongehuwd samenwonenden worden ook als partners aangemerkt indien zij samen met een kind van een van beiden op hetzelfde adres staan ingeschreven. Voor deze regelingen worden op hetzelfde adres wonende bloed- of aanverwanten in de eerste graad wel als partner aangemerkt als beiden bij de aanvang van het kalenderjaar 27 jaar of ouder zijn.

De staatssecretaris is van mening dat door voor alle fiscale wetten hetzelfde basispartnerbegrip te hanteren de regels voor de burger duidelijker zijn geworden en de uitvoering voor de Belastingdienst eenvoudiger. Aanpassingen van het partnerbegrip in afzonderlijke wetten zijn om uiteenlopende redenen noodzakelijk. De staatssecretaris ziet geen reden om het partnerbegrip aan te passen zodat die voor alle verschillende regelingen gelijk zou zijn.

Deel deze pagina:

Terug naar overzicht