Kamerbrief onderzoek belastingrente

Bij de behandeling van het Belastingplan 2018 in de Tweede Kamer is een motie aangenomen over het systeem van de belastingrente. De staatssecretaris van Financiën heeft onderzoek naar de systematiek, de hoogte van de rente en mogelijke verbeterpunten laten doen.  In een brief aan de Tweede Kamer doet de staatssecretaris verslag van het onderzoek. De regeling belastingrente komt erop neer dat de inspecteur belastingrente in rekening brengt als het opleggen van een belastingaanslag met een te betalen bedrag door toedoen van de belastingplichtige te lang op zich laat wachten. De inspecteur vergoedt belastingrente als hij er te lang over doet een belastingaanslag met een uit te betalen bedrag vast te stellen.  Belastingplichtigen kunnen voorkomen dat zij belastingrente moeten betalen door tijdig en correct aangifte te doen of te vragen om een (voorlopige) aanslag.

In de inkomstenbelasting en de erfbelasting kunnen zich situaties voordoen waarin aan de belastingplichtige belastingrente in rekening wordt gebracht ondanks dat hij tijdig en correct aan zijn verplichtingen voldoet. De staatssecretaris zal in het Belastingplan 2019 maatregelen opnemen om dit in het vervolg te voorkomen. Het gaat om de volgende situaties en maatregelen:

  1. Sinds 2014 moet de aangifte inkomstenbelasting voor 1 mei in plaats van voor 1 april na afloop van het belastingjaar zijn ingediend. Het kan voorkomen dat bij een aangifte die tussen 1 april en 1 mei is ingediend toch belastingrente in rekening wordt gebracht. In die gevallen zal geen belastingrente in rekening worden gebracht als de aanslag conform de aangifte wordt vastgesteld.
  2. In de erfbelasting kan het voorkomen dat belastingrente in rekening wordt gebracht ondanks dat de aangifte tijdig wordt ingediend en de aanslag conform die aangifte wordt vastgesteld. Om dit te voorkomen wordt geen belastingrente in rekening gebracht indien een (voorlopige) aanslag wordt vastgesteld overeenkomstig het ingediende verzoek of de ingediende aangifte.

In de vennootschapsbelasting is een aangifte tijdig als hij vóór de eerste dag van de zesde maand na afloop van het tijdvak waarop de aangifte ziet wordt ingediend. Momenteel is in de wet geregeld dat geen belastingrente in rekening wordt gebracht als de aangifte is ingediend voor de eerste dag van de vierde maand na afloop van het tijdvak waarover de belastingrente wordt geheven. Daardoor kan, ondanks dat tijdig en correct aangifte is gedaan (doorgaans voor 1 juni), belastingrente in rekening worden gebracht als de aangifte na 1 april wordt ingediend. Dit wil de staatssecretaris veranderen. De toezegging dat hij een voorstel daartoe in het Belastingplan 2019 zal opnemen heeft de staatssecretaris niet gedaan.

Deel deze pagina:

Terug naar overzicht