Geen partnervrijstelling voor inwonende mantelzorger

Voor de toepassing van de Successiewet kunnen ongehuwde personen alleen als elkaars partner worden aangemerkt als zij geen bloedverwanten in de rechte lijn zijn. Voor de erfbelasting geldt een uitzondering voor het geval waarin een van de bloedverwanten een uitkering voor mantelzorg als bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) heeft ontvangen in het kalenderjaar voor het jaar van overlijden van de andere bloedverwant in verband met aan die bloedverwant verleende zorg. De kwalificatie als partner voor de erfbelasting is van belang voor de hoogte van de vrijstelling.

De vraag in een procedure was of de voorwaarde van het hebben ontvangen van het zogenaamde mantelzorgcompliment leidt tot een ongelijke behandeling van personen die wel en personen die niet het mantelzorgcompliment hebben ontvangen. Niet iedere ongelijke behandeling van gelijke gevallen is verboden. Het verbod geldt alleen voor ongelijke behandeling waarvoor geen objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat. De wetgever heeft daarbij een ruime beoordelingsmarge.

Hof Amsterdam is van oordeel dat de wetgever met het stellen van de voorwaarde van het mantelzorgcompliment binnen de hem toekomende beoordelingsmarge is gebleven. De keuze om onderscheid te maken tussen degenen die wel en degenen die niet een mantelzorgcompliment hebben genoten, is niet onredelijk. De rechtvaardiging voor dat onderscheid is gelegen in de objectiviteit en uitvoerbaarheid van de regeling. Het hof is van oordeel dat het gelijkheidsbeginsel niet is geschonden.

Deel deze pagina:

Terug naar overzicht