Geen hogere verkrijgingsprijs bij immigratie

Op de meerwaarde van aandelen die tot een aanmerkelijk belang behoren rust een belastingclaim. De verkrijgingsprijs van dergelijke aandelen is daarom van belang. De Wet IB 2001 bepaalt dat bij immigratie van een aanmerkelijkbelanghouder de verkrijgingsprijs van de aandelen wordt gesteld op de waarde in het economische verkeer op het moment van immigratie. Deze bepaling geldt niet voor iemand die eerder uit Nederland is geëmigreerd en ook niet voor aandelen in een in Nederland gevestigde vennootschap. In die gevallen geldt de oorspronkelijke verkrijgingsprijs van de aandelen.

In een procedure voor de Rechtbank Den Haag was in geschil of iemand die na zijn emigratie uit Nederland 50% van de aandelen in een in Nederland gevestigde BV had verkregen bij zijn remigratie naar Nederland recht had op een hogere verkrijgingsprijs dan het bedrag waarvoor hij de aandelen had gekocht. De waarde in het economische verkeer van de aandelen op het moment van remigratie bedroeg € 611.640. De historische kostprijs van de aandelen bedroeg € 9.075. In het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting is opgenomen dat de verkrijgingsprijs van aandelen wordt verhoogd met de waardeaangroei daarvan voor zover deze aangroei is ontstaan in een periode waarin de aandeelhouder voor deze aandelen in Nederland niet belastingplichtig was.

De vraag in de procedure was of het daarbij alleen gaat om binnenlandse belastingplicht of ook om buitenlandse belastingplicht. De rechtbank is van oordeel dat ook buitenlandse belastingplicht van belang is. De verkrijgingsprijs van de aanmerkelijkbelangaandelen was door de inspecteur terecht vastgesteld op € 9.075, zijnde de historische kostprijs.

Deel deze pagina:

Terug naar overzicht