Geen afrekening herinvesteringsreserve bij emigratie ondernemer

Volgens Hof Arnhem-Leeuwarden hoeft een ondernemer, die zijn bedrijf verplaatst naar het buitenland, niet af te rekenen over de door hem gevormde herinvesteringsreserve.

De casus was als volgt. Een ondernemersechtpaar verkocht in 2005 een melkveehouderij in Nederland. Het echtpaar verhuisde naar Duitsland, waar het een andere melkveehouderij had gekocht. Bedrijfsmiddelen van de onderneming in Nederland die niet waren verkocht werden overgebracht naar Duitsland. In Nederland werd ruim 2 ha weiland in eigendom en 7,7 ha in erfpacht aangehouden. Op deze weilanden hield het echtpaar tot 2007 jongvee. Daarna werd van die weilanden gras gewonnen dat in balen naar de onderneming in Duitsland werd gebracht. In 2005 bedroeg de herinvesteringsreserve € 821.776. In verband met de investeringen in de Duitse melkveehouderij werd al voor de emigratie een bedrag van € 365.292 afgeboekt op de herinvesteringsreserve. Op 31 december 2005 bedroeg de resterende herinvesteringsreserve nog € 456.484. De inspecteur wilde de herinvesteringsreserve laten vrijvallen omdat naar zijn mening de onderneming was gestaakt. De rechtbank stelde de inspecteur in het gelijk, maar in hoger beroep oordeelde Hof Arnhem-Leeuwarden anders.

Het hof refereert in zijn uitspraak aan de procedure die over het jaar 2004 was gevoerd in verband met de vorming van een herinvesteringsreserve voor de verkoop van een melkquotum. Die procedure leidde tot een arrest van de Hoge Raad. De Hoge Raad verwees de procedure, maar de inspecteur trok vervolgens zijn beroep in. Uit het arrest en de intrekking van de procedure leidt Hof Arnhem-Leeuwarden voor de procedure over 2005 af dat de onderneming van het echtpaar niet is gestaakt maar is verplaatst naar Duitsland.

Het hof moest vervolgens de vraag beantwoorden of vanwege de emigratie over de herinvesteringsreserve moest worden afgerekend. Volgens het hof is de werking van de betreffende wetsbepaling beperkt tot vermogensbestanddelen die kunnen worden verplaatst naar het buitenland en kunnen worden verkocht. Het gaat dan om bedrijfsmiddelen en vorderingen. Een herinvesteringsreserve is een behaalde winst. De belastingheffing over deze winst kan onder voorwaarden worden uitgesteld. Omdat het echtpaar nog steeds winst uit onderneming genoot en een deel van de onderneming in Nederland lag, was niet voldaan aan de voorwaarde voor afrekening en kon de herinvesteringsreserve in stand blijven. Het hof verwees naar een arrest van de Hoge Raad waarin is beslist dat, zolang een belastingplichtige een herinvesteringsvoornemen heeft, niet kan worden gezegd dat de belastingplichtige is opgehouden uit de onderneming in Nederland belastbare winst te genieten. Eindafrekening over de opgebouwde herinvesteringsreserve was daarom niet aan de orde.

Deel deze pagina: