Eerste nota van wijziging OFM 2018

De staatssecretaris van Financiën heeft een nota van wijziging ingediend bij het wetsvoorstel Overige Fiscale Maatregelen (OFM 2018).

De nota bevat:

  • Een wijziging m.b.t. de fictieve dienstbetrekking voor niet-uitvoerende bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen. Dit ter voorkoming dat ook uitvoerende bestuurders worden uitgezonderd.
  • Twee wijzigingen met betrekking tot de schenk- en erfbelasting op het vlak van het huwelijksvermogensrecht.
  • Redactionele aanpassingen in de voorgestelde wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting betreffende de berekening van de voorkomingswinst bij interne gebruiksvergoedingen binnen een fiscale eenheid.
  • Aanpassingen in de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen (WIB).
  • Enkele technische aanpassingen van de Invorderingswet 1990 (IW 1990), onder andere in verband met de samenloop met de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet.
  • Herstel van een omissie in de inwerkingtredingsbepaling.

Het wetsvoorstel OFM 2018 bevat aanpassingen in de schenk- en erfbelasting op het vlak van het huwelijksvermogensrecht. Daarin is opgenomen dat het aangaan of wijzigen van huwelijkse voorwaarden tot de verschuldigdheid van schenkbelasting leidt wanneer het aandeel van de minstvermogende partner in het totale vermogen hoger wordt dan 50% of wanneer het aandeel van de meestvermogende partner in het totale vermogen toeneemt. Van dit totale vermogen worden nu oudedagsvoorzieningen, die in de Successiewet zijn vrijgesteld, uitgesloten. De voorgestelde 50%-grens geldt niet wanneer het huwelijk of samenlevingscontract wordt aangegaan met als hoofddoel het ontgaan van schenk- of erfbelasting. In deze nota van wijziging wordt voorgesteld dat in een dergelijk geval het zogenoemde partnertarief niet geldt.

Deel deze pagina:

Terug naar overzicht