Boete voor notaris die onterechte teruggaaf overdrachtsbelasting verzorgde

Bij de levering van een onroerende zaak moet overdrachtsbelasting worden betaald. Om een cumulatie van overdrachtsbelasting te voorkomen, wordt bij een doorlevering binnen een termijn van zes maanden na de eerste levering geen belasting geheven over de bij de eerste levering betaalde koopsom. In bepaalde gevallen wordt teruggave van overdrachtsbelasting verleend bij een teruglevering, wanneer daardoor de oorspronkelijke toestand van voor de levering feitelijk en juridisch wordt hersteld. De zesmaandstermijn voor doorlevering is bij teruglevering niet van toepassing.

De Belastingdienst legde aan een notaris, die had meegewerkt aan een constructie waarbij een recht van wederinkoop werd opgenomen in een aanvulling op de leveringsakte, een boete op. Met behulp van het recht van wederinkoop was een teruggave van overdrachtsbelasting verkregen. In een procedure over de boete oordeelde de rechtbank dat door de teruglevering geen sprake was van het juridisch en feitelijk herstellen van de toestand van voor de levering. Niet de verkoper maar de koper bepaalde of gebruik gemaakt werd van het recht op wederinkoop. Dat bleek uit een aanvullende akte op de akte waarin het recht op wederinkoop was opgenomen. Ten tijde van de teruglevering had de koper de onroerende zaak al voor een hoger bedrag doorverkocht aan een andere partij. Bij het door de notaris ingediende verzoek om teruggaaf van overdrachtsbelasting werd geen melding gemaakt van de aanvullende akte en evenmin van de doorverkoop aan een derde. De teruglevering diende geen ander doel dan teruggave van de overdrachtsbelasting die de koper destijds had betaald.

De rechtbank kwam tot de conclusie dat in deze constructie door de notaris en de oorspronkelijke koper nauw was samengewerkt. Gezien de bemoeienis van de notaris bij het verkrijgen van een onterechte teruggaaf van overdrachtsbelasting was aan hem terecht een vergrijpboete opgelegd. Omdat de verleende teruggaaf overdrachtsbelasting niet aan de notaris persoonlijk ten goede was gekomen verminderde de rechtbank de opgelegde boete van € 72.000 tot € 36.000. Daarna volgde een verdere vermindering van de boete met 15% tot € 30.600 omdat de rechtbank niet binnen twee jaar uitspraak heeft gedaan nadat de boete was aangekondigd.

Deel deze pagina:

Terug naar overzicht