Aftrekbeperking bovenmatige deelnemingsrente

De Wet op de vennootschapsbelasting kent een bepaling die de aftrek van rente beperkt voor schulden die betrekking hebben op de financiering van deelnemingen. Deze bepaling is van toepassing op het bedrag aan bovenmatige deelnemingsrente dat hoger is dan € 750.000. Bovenmatige deelnemingsrente is het gedeelte van het totale bedrag aan rente dat evenredig is aan de verhouding tussen het gemiddelde bedrag aan deelnemingsschulden in het jaar en het gemiddelde totale bedrag aan geldleningen in het jaar. Er is sprake van een deelnemingsschuld als de verkrijgingsprijs van de deelnemingen hoger is dan het eigen vermogen.

Arrest

Een internationaal concern had al het vastgoed ondergebracht in een aparte divisie om externe financiering tegen relatief gunstige voorwaarden te kunnen aantrekken. Dat gebeurde door uitgifte van obligatieleningen door een van de tot de divisie behorende vennootschappen. Deze vennootschap was in Nederland gevestigd. De opbrengst daarvan werd binnen de divisie doorgeleend en gebruikt als storting op aandelenkapitaal in gelieerde (buitenlandse) vennootschappen en voor de aankoop van (buitenlandse) deelnemingen. In de aangifte vennootschapsbelasting van de vennootschap die de obligatieleningen had uitgegeven werd een bedrag van € 1,6 miljoen aan rentekosten in aftrek gebracht. De Belastingdienst corrigeerde de renteaftrek met een beroep op de beperking van de aftrek van bovenmatige deelnemingsrente. Er volgde een procedure voor de rechtbank. De vennootschap beriep zich op jurisprudentie van het Hof van Justitie EU om te bepleiten dat de aftrekbeperking niet van toepassing was. Het ging om het arrest Argenta uit 2017 en het arrest X BV uit 2018.

Volgens de rechtbank kan uit het arrest Argenta niet worden afgeleid dat de aftrekbeperking van bovenmatige deelnemingsrente in strijd is met de Europese moeder-dochterrichtlijn. De moeder-dochterrichtlijn verbiedt de lidstaten de aftrek van rentelasten van alle leningen niet toe te staan tot het bedrag van de vrijgestelde dividenden uit deelnemingen in het eerste jaar na de verwerving, zonder die niet-aftrekbaarheid te beperken tot de rentelasten die betrekking hebben op de financiering van deze deelneming.
Het Hof van Justitie EU heeft in het arrest X BV overwogen dat een renteaftrekbeperking niet mag worden toegestaan in grensoverschrijdende verhoudingen wanneer de moedervennootschap in binnenlandse verhoudingen wel renteaftrek zou kunnen genieten door een fiscale eenheid te vormen. De rechtbank vond aannemelijk dat de vennootschap en een van haar buitenlandse deelnemingen, indien deze laatste in Nederland zou zijn gevestigd, aan de vereisten voor de vorming van een fiscale eenheid zouden voldoen. Dat betekende dat voor de toepassing van de renteaftrekbeperking de verkrijgingsprijs van deze deelneming buiten aanmerking moest worden gelaten. Dit had gevolgen voor de berekening van de bovenmatige deelnemingsrente.

Deel deze pagina:

Terug naar overzicht