Aanslaggrens geldt niet meer bij bezwaar

De Wet IB 2001 kent een aanslaggrens van € 45. Deze grens houdt in dat geen aanslag wordt opgelegd wanneer het te betalen bedrag aan inkomstenbelasting niet hoger is. De achtergrond van de aanslaggrens is het voorkomen van het opleggen van aanslagen in gevallen waarin het om heel weinig geld gaat. Dat is een praktisch argument, dat volgens de Rechtbank Gelderland niet meer opgaat als een aanslag is opgelegd.

Volgens de rechtbank is de aanslaggrens niet bedoeld in een geval waarin iemand eerst een aanslag opgelegd kreeg van € 701, waarna bij uitspraak op bezwaar werd bepaald dat zij € 681 terugkreeg. Per saldo moest de betrokkene € 20 betalen. Als gevolg van een onjuiste aangifte had de betrokkene een te hoge voorlopige teruggave ontvangen. Bij de aanslagregeling werd dat rechtgetrokken. Pas in de bezwaarfase bleek dat de betrokkene minder te veel had ontvangen dan bij de aanslagregeling was aangenomen. Volgens de rechtbank kan dan niet alsnog de aanslaggrens worden toegepast.