Bestelauto te vroeg op naam gesteld

De belasting van personenauto’s en motorrijwielen (bpm) is ook verschuldigd ter zake van de registratie van een bestelauto in het kentekenregister. Onder registratie wordt verstaan het inschrijven en te naam stellen van een motorrijtuig in het kentekenregister. De bpm wordt geheven van degene op wiens naam het motorrijtuig wordt dan wel is gesteld in het kentekenregister. Het enkel inschrijven van een auto in het kentekenregister zonder tenaamstelling brengt niet mee dat de bpm is verschuldigd. De registratie is pas voltooid wanneer de auto te naam of op naam is gesteld. Er geldt een vrijstelling van bpm voor bestelauto’s die op naam van een ondernemer voor de omzetbelasting worden gesteld. De vrijstelling vervalt wanneer de bestelauto binnen vijf jaar op naam van een niet-ondernemer wordt gesteld.

Een uit het buitenland afkomstige bestelauto had als datum van eerste toelating 2 februari 2012. Na de invoer in Nederland is de bestelauto op 27 januari 2017 op naam van een particulier gesteld. Omdat de vijfjaarstermijn nog niet was verstreken, legde de Belastingdienst een naheffingsaanslag bpm op. De kentekenhouder bestreed dat hij belastingplichtig was voor de bpm. De bestelauto was door een bedrijf geïmporteerd en ingeschreven in het kentekenregister, maar het kenteken was niet op naam van het bedrijf gesteld. Volgens de Belastingdienst is de bestelauto niet op een eerder moment op naam van een ander gesteld. Omdat de bestelauto dus ook niet op naam van de importeur was gesteld, heeft het belastbare feit voor de bpm zich niet eerder voorgedaan en is ook de vrijstelling voor ondernemer niet verleend.

Hof Den Bosch wees ook het standpunt af dat geen belasting was verschuldigd omdat de termijn van vijf jaar zou zijn verstreken. De belanghebbende meende dat de verstreken termijn sinds de eerste ingebruikname in zijn voordeel naar boven moest worden afgerond, gezien de werkwijze bij toepassing van de afschrijvingstabel voor de bpm. Volgens het hof is noch uit de tekst van de wet, noch uit de wetsgeschiedenis af te leiden dat met vijf jaren iets anders wordt bedoeld dan vijf perioden van twaalf maanden. Het enkele feit dat bij de toepassing van de afschrijvingstabel een gedeelte van een maand wordt gelijkgesteld met een maand, betekent niet dat dit ook moet gelden voor de termijn van vijf jaren. Op het tijdstip van registratie was de termijn van vijf jaar nog (net) niet verstreken.

Deel deze pagina: