Toepassing oud tarief bpm bij import gebruikte auto

Op grond van het Verdrag betreffende de Werking van de EU mag bij de registratie van een uit het buitenland afkomstige gebruikte auto niet meer bpm worden geheven dan het restbedrag aan bpm dat is begrepen in de waarde van gelijksoortige gebruikte auto’s die in Nederland op het tijdstip van de registratie in de handel zijn. De Wet bpm bevat een regeling voor gevallen waarin een verhoging van de tarieven in werking treedt voor een auto die al eerder zonder tenaamstelling in het kentekenregister is ingeschreven. Deze regeling houdt in dat de belasting op verzoek wordt berekend op de voet van de oude tarieven, mits de auto binnen twee maanden na de tariefsverhoging wordt tenaamgesteld.

Een procedure bij de Hoge Raad betrof een auto, die op 27 februari 2013 voor het eerst in een andere lidstaat van de EU is toegelaten op de weg. De auto is in 2014 in Nederland geregistreerd. Volgens Hof Den Bosch waren op het tijdstip van de registratie van de auto in Nederland vergelijkbare gebruikte auto’s in de handel met eenzelfde handelsinkoopwaarde, die in de eerste twee maanden van 2013 te naam zijn gesteld en waarvoor bpm is geheven naar het tarief van 2012. Daarvan uitgaande heeft het hof geconcludeerd dat voor deze auto, gelet op de datum van eerste toelating, de bpm berekend mocht worden aan de hand van het tarief van 2012.

Volgens de Hoge Raad is het niet voor redelijke twijfel vatbaar dat de belanghebbende de verschuldigde bpm ter zake van de registratie van de auto mocht berekenen op basis van het tarief van 2012. Door dat tarief te hanteren is gewaarborgd dat de belanghebbende bij de registratie van de auto niet meer bpm betaalt dan het laagst mogelijke restbedrag aan bpm dat wordt geacht te zijn begrepen in de handelsinkoopwaarde van een gelijksoortig, in Nederland geregistreerd motorvoertuig. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie van de staatssecretaris ongegrond verklaard.

Deel deze pagina: