Opbrengst tijdelijke verhuur deel eigen woning

De voordelen uit eigen woning worden in de Wet IB 2001 gesteld op een forfaitair bedrag. De tijdelijke verhuur van de eigen woning ontneemt aan de woning niet het karakter van hoofdverblijf van de eigenaar. Dat betekent dat de eigenwoningregeling van toepassing blijft. Wie zijn eigen woning tijdelijk ter beschikking stelt, dient daarnaast 70% van de ontvangen vergoeding als voordeel uit eigen woning in aanmerking te nemen. De Wet IB 2001 kent een vrijstelling voor de opbrengsten van kamerverhuur, voor zover deze opbrengsten niet hoger zijn dan € 5.506 in 2020.

Volgens de rechtbank en het gerechtshof in Den Haag geldt de regeling voor het tijdelijk ter beschikking stellen van de woning niet voor de tijdelijke verhuur van een gedeelte van een eigen woning. Dat betekent dat de woningeigenaar niet 70% van de opbrengst van de verhuur hoeft aan te geven als inkomsten uit de eigen woning. Volgens het hof is de kamerverhuurvrijstelling van toepassing, ook al is niet voldaan aan het daarvoor geldende vereiste van registratie van de huurder in de Basisregistratie Personen. Volgens het hof heeft dat vereiste slechts een bewijsfunctie en niet van belang als verder volledig is voldaan aan de materiële eisen voor toepassing van de vrijstelling. De casus betrof een woningeigenaar die een deel van zijn woning via airbnb verhuurde. De opbrengsten daarvan bleven beneden het bedrag van de kamerverhuurvrijstelling.

Deel deze pagina: