Geen geruisloze inbreng onderneming

De Wet IB 2001 bevat een regeling om zonder directe belastingheffing een onderneming die wordt gedreven door een natuurlijke persoon om te zetten in een door een naamloze of besloten vennootschap gedreven onderneming. Deze regeling staat bekend onder de naam geruisloze inbreng. Er is geen sprake van een geruisloze inbreng als de ondernemer na de inbreng in de naamloze of besloten vennootschap winst uit de onderneming blijft genieten.

Hof Den Bosch oordeelde dat er geen sprake was van een geruisloze inbreng in het geval van een onderneming die aanvankelijk werd gedreven in de vorm van een vof en werd ingebracht in een bv. De voormalige vennoten gingen vrijwel direct na de inbreng een partnerschap aan met de bv. Volgens de overeenkomst hadden de partners recht op rente over het ingelegde kapitaal, ontvingen zij jaarlijkse een vaste arbeidsvergoeding en hadden zij ieder recht op 25% van de resterende netto winst. Daarnaast hadden zij ieder recht op 15% van de winst bij verkoop van bedrijfsmiddelen en moesten zij ieder 15% van eventuele verliezen dragen.

Door het partnerschap bleven de voormalige vennoten winst uit de onderneming genieten. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie van de voormalige vennoten tegen de uitspraak van het hof ongegrond verklaard.

Deel deze pagina: