Pro rata aftrek voorbelasting

Een ondernemer voor de omzetbelasting kan de omzetbelasting die andere ondernemers aan hem in rekening brengen, in mindering brengen op de door hem af te dragen omzetbelasting. De aftrek van voorbelasting is afhankelijk van de mate waarin de door de ondernemer afgenomen goederen en diensten door hem worden gebruikt voor belaste prestaties.

De aftrek van voorbelasting op goederen en diensten die zowel voor belaste als voor vrijgestelde prestaties worden gebruikt, komt voor aftrek in aanmerking naar rato van de verhouding tussen belaste omzet en totale omzet van de ondernemer. Is echter aannemelijk dat het werkelijke gebruik van deze goederen en diensten afwijkt van deze omzetverhouding, dan wordt het voor aftrek in aanmerking komende gedeelte van de voorbelasting berekend op basis van het werkelijke gebruik.

Een fiscale eenheid voor de omzetbelasting, die het bankbedrijf uitoefende, hanteerde voor de aftrek van voorbelasting een pro rata van 11%. De bank heeft alle goederen en diensten, waarop omzetbelasting drukte, aangemerkt als goederen en diensten die zowel voor belaste als voor vrijgestelde prestaties zijn gebruikt. Het aftrekpercentage is vastgesteld op basis van de verhouding tussen de belaste omzet en de totale omzet van de fiscale eenheid. In de bezwaarfase heeft de bank de pro rata aftrek berekend aan de hand van het werkelijke gebruik van de goederen en diensten in plaats van aan de hand van de omzetverhouding.

In de procedure over de aftrek van voorbelasting was in geschil of de door de bank berekende aftrek aan de hand van het werkelijke gebruik leidde tot een nauwkeuriger resultaat dan de aftrek aan de hand van de omzetverhouding. Het werkelijke gebruik moet voor het totaal van de goederen en diensten worden bepaald via objectieve sleutels.

Hof Den Bosch is op basis van rechtspraak van het Hof van Justitie EU van mening dat bij het bepalen van het werkelijke gemengde gebruik van goederen en diensten enige marge moet worden gelaten in de nauwkeurigheid. Het hof vond aan de hand van de opgetreden veranderingen in de omzetverhouding bij de bank aannemelijk gemaakt dat de aftrek van voorbelasting aan de hand van het werkelijke gebruik van de afgenomen goederen en diensten tot een nauwkeuriger resultaat kon leiden. De bank had een verlies- en winstrekening per product op laten stellen. Deze verlies- en winstrekeningen per product waren gebruikt voor het toedelen van alle gemengde kosten van de bank aan de verschillende categorieën opbrengsten, zowel belaste als vrijgestelde. Volgens het hof was op deze wijze een nauwkeuriger resultaat van aftrek van voorbelasting bepaald.

Deel deze pagina: