Onvoldoende specifieke informatiebeschikking vernietigd

De Algemene wet inzake rijksbelastingen geeft de inspecteur een ruime bevoegdheid om informatie in te winnen bij een belastingplichtige. Een belastingplichtige is verplicht om aan de inspecteur desgevraagd gegevens en inlichtingen te verstrekken die van belang kunnen zijn voor de belastingheffing ten aanzien van die belastingplichtige. Wanneer de belastingplichtige niet volledig aan deze verplichting voldoet, kan de inspecteur een informatiebeschikking geven. In de beschikking moet worden opgenomen dat een bepaalde verplichting niet is nagekomen en dat de wet daaraan bepaalde rechtsgevolgen verbindt. De inspecteur moet nauwkeurig omschrijven wat hij verwacht van de informatieplichtige en goed motiveren waarom hij meent dat het gevraagde relevant kan zijn voor de belastingheffing van de betrokkene. Als een informatiebeschikking onherroepelijk vaststaat kan de belastingplichtige in een eventuele bezwaarfase geconfronteerd worden met omkering en verzwaring van de bewijslast.

De Belastingdienst/FIOD deelde de inspecteur mee, dat een belastingplichtige beschikte over een bankrekening in België. Na de ontvangst van deze informatie verzocht de inspecteur de belanghebbende om informatie over alle buitenlandse bankrekeningen die de belanghebbende bezat of bezit vanaf 1 januari 2003. De belanghebbende verstrekte wel informatie over enkele buitenlandse bankrekeningen, maar de door de inspecteur bedoelde Belgische rekening zat daar niet bij. Wegens het niet voldoen aan de informatieverplichting nam de inspecteur een informatiebeschikking.

Volgens de parlementaire geschiedenis moeten de vragen, die de inspecteur stelt bij de uitoefening van zijn bevoegdheid om informatie in te winnen, individuele vragen zijn die om een individueel antwoord vragen. Hof Den Haag is van oordeel dat dit betekent dat de vragen in een informatiebeschikking zodanig individueel en specifiek verwoord dienen te zijn dat het voor de belanghebbende duidelijk is welke informatie en stukken de inspecteur van hem wenst te ontvangen.

In deze casus vermeldde de inspecteur niet dat hij op de hoogte was van de Belgische bankrekening en stelde hij slechts een algemene vraag naar buitenlandse bankrekeningen. In de informatiebeschikking stelde de inspecteur vast dat de belanghebbende de door hem gestelde vragen niet of niet volledig heeft beantwoord. De informatiebeschikking bevatte nogmaals dezelfde algemene vragen als de eerder toegezonden vragenbrieven. Volgens het hof heeft de inspecteur de belanghebbende bij het vragen van informatie en het geven van de informatiebeschikking bewust in het ongewisse gelaten inzake de bij hem bekende informatie. Dat past niet bij het doel en de strekking van de informatiebeschikking. Het hof heeft de informatiebeschikking daarom vernietigd, ondanks de verklaring van de inspecteur dat zijn werkwijze niet ongebruikelijk is.

Deel deze pagina: