Berekening arbeidskorting in jaar van emigratie

De arbeidskorting is een heffingskorting die afhankelijk is van de hoogte van het arbeidsinkomen. Aanvankelijk stijgt de arbeidskorting naarmate het arbeidsinkomen hoger is, om daarna te dalen tot de arbeidskorting uiteindelijk nihil bedraagt.

De vraag in een procedure voor Hof Arnhem-Leeuwarden was hoe het begrip arbeidsinkomen moet worden uitgelegd van emigratie in de loop van een kalenderjaar. Die vraag spitst zich toe op de kwalificatie van de inkomsten die na emigratie met arbeid zijn verdiend. Het hof stelde vast dat de belanghebbende na zijn emigratie geen binnenlandse belastingplichtige meer was. Omdat hij sindsdien alleen buiten Nederland werkte, behoren de inkomsten daaruit niet tot het in Nederland belastbare inkomen. Volgens het hof is de tekst van het wetsartikel, waarin de arbeidskorting is geregeld, voor meerdere uitleg vatbaar. De arbeidskorting heeft als doel het aantrekkelijk maken van het verrichten van betaalde arbeid. Het ligt daarom voor de hand dat de wetgever daarmee het aantrekkelijk maken van het verrichten van arbeid in Nederland voor ogen heeft gehad.

In een arrest uit 2019 heeft de Hoge Raad uit de wetsgeschiedenis afgeleid dat de algemene heffingskorting een onderdeel van de tariefstructuur vormt. Datzelfde geldt volgens het hof voor de arbeidskorting, gelet op de onderbouwing van het arrest van de Hoge Raad. Uitgaande van de arbeidskorting als onderdeel van de tariefstructuur kan het hof niet inzien waarom bij de berekening van de hoogte van die korting rekening zou moeten worden gehouden met inkomen waarover Nederland geen belasting heft of mag heffen.

Deel deze pagina: